Elizabeth I

Ermine Portrait, Hatfield House

 

Aan het eind van de film ‘Elizabeth’ (1998, regie Shekhar Kapur) knipt een hofdame snikkend de prachtige rode lokken van haar meesteres, koningin Elizabeth I (Cate Blanchett) af. Even later ziet de verzamelde hofhouding waar dat allemaal goed voor is. Elizabeth verkiest voortaan ‘larger than life’ te zijn, een icoon. En al zal de metamorfose in werkelijkheid geleidelijker zijn gegaan, de meesterzet van Elizabeth is duidelijk. Geen Engelse koning vóór haar en slechts weinigen na haar hebben een zo sterk beeld van zichzelf neergezet. Er zijn überhaupt  weinig koningen die zo’n actief persoonlijk pr-beleid hebben gevoerd als deze aanvankelijk zo kansarme ‘bastaarddochter’ van koning Hendrik VIII.

Nu was Elizabeth een absoluut vorst zonder massacommunicatie, dus een sterk, positief  imago was een halszaak. (Hoewel een sterk, consistent silhouet tot op de dag van vandaag voor koningen en koninginnen van groot belang is.)

Een belangrijk kenmerk van Elizabeths image was ‘power dressing’, een term die ook vaak valt als het om de kleding van koningin Beatrix gaat. En kijk eens aan: Elizabeth koos voor superbrede schouders. Nu was dat  conform de 16de eeuwse mode, maar net zoals Beatrix vier eeuwen later, deed Elizabeth er nog een schepje bovenop. Overigens heeft Beatrix een band met de hofkleding uit de Tudortijd. Toen ze in 1980 haar couturier Theresesia Vreugdenhil de opdracht gaf haar inhuldigingsjapon te maken, deed ze er ter inspiratie voor de onderkant van de mouw een plaatje bij van Anna Boleyn, de tweede vrouw van Hendrik VIII en de moeder van … Elizabeth I.

Reticella rond 1600.

In het jaar waarin dit Ermine Portrait is gemaakt (1585) waren de mouwen al weer wat veranderd: nog steeds aangerimpeld, maar nu afgezet met kant. De strenge Spaanse (hof)mode van de regering van haar zuster Mary (‘Bloody Mary’ 1553-1558) was over de horizon. Net als de hofculuur was de kleding letterlijk en figuurlijk lichter. Eigenlijk draagt Elizabeth hier een soort fusionmode, met als basis de Spaanse ‘farthingale’, een hoepelvormige petticoat, maar met Franse, Italiaanse, Nederlandse en zelfs Poolse elementen in het lijfje en de mouwen. Het kant, ook dat van de kraag is zogenoemd ‘reticella’ ofwel ‘point coupé’, waarbij uit een lap linnen draden worden getrokken. Vervolgens worden in de ontstane gaten diagonale draden gespannen die worden vastgezet met knoopsgatsteken. Hierdoor ontstaan geometrische patronen. Het is een oervorm van kant maken en de moeder van de latere verfijnde kanttechnieken (waar de Nederlandse koningin Emma dan weer zo dol op was). Een voorbode daarvan zien we op dit portret. De reticella eindigt in een randje van zeer fijn, getand, kantwerk: een techniek die punto al aria (letterlijk steek in de lucht) heet.

Elizabeth kende uiteraard de impact van superieure stoffen. Voor dit portret koos ze een zware kwaliteit zwart fluweel, voor andere portretten bijvoorbeeld goudbrokaat. Ze had het echter aanzienlijk minder breed dan ze deed voorkomen. Maar ze had er iets op gevonden. Als een soort middeleeuwse variant op de bekende hint in rouwadvertenties: ‘Moeder Hield Erg Van Bloemen’, liet ze in brede kring weten dat De Koningin dol was op stoffen en kleding, dus als ze een cadeausuggestie zou mogen doen … .

Parels

Maar haar grootste troef was haar vertoon van edelstenen. Zelfs haar vijanden erkenden dat ze daardoor even van hun stuk waren gebracht. Op het Ermine Portrait draagt ze gegraveerde gouden knopen en op haar japon genaaide robijnen, smaragden en diamanten. Ze zijn allemaal tamelijk ruw van vorm, omdat de slijptechnieken in onze ogen nog primitief waren. Maar de stenen waren zeldzaam en bezaten een flonkering die niet alledaags was. Altijd zijn Elizabeths parels geroemd. Ze was er inderdaad dol op. Niet zo gek als je bedenkt dat parels – door Moeder Natuur – tot in de perfectie verzorgd worden afgeleverd. Hier zijn ze als het ware over haar japon gestrooid, ook zitten in de hoofdtooi die aan haar pruik is bevestigd.

Blazoen van hermelijn (Bretagne)

Elizabeth was nogal ingenomen met haar witte, slanke handen en haar lange vingers. Ze móet iedere schilder opdracht hebben gegeven daar het accent op te leggen. Veel meer lijkt daar niet achter te zitten. Maar dat geldt niet voor de andere elementen die ze in haar portretten liet vlechten. De olijftak in haar hand en het zwaard op de voorgrond zijn nog vrij gemakkelijk te duiden. Ze staan respectievelijk voor vrede en gerechtigheid. Maar dan de hermelijn op haar linkermouw. Hierover bestaan  verschillende opvattingen. In Elizabeths tijd gold de hermelijn als een symbool van zuiverheid. Volgens het oude verhaal sterft een hermelijn liever dan dat hij zijn mooie witte jas (die hij overigens alleen in de winter heeft) laat  besmeuren. Middeleeuwse jagers, zo gaat de mare, joegen daarom het beestje op totdat het bij een modderpoel kwam en zich overgaf. Elizabeth zou dus via dit portret laten weten dat ze liever zuiver wilde blijven dan zich over te geven. Dat kan een politieke boodschap zijn geweest, maar het past ook mooi in de cultus van de maagdelijke koningin  rondom Elizabeth.

En misschien fungeerde de hermelijn louter als een symbool voor Elizabeths koningschap. Alleen koningen en hoge adel mochten immers kledingstukken met hermelijnbont dragen. De gekroonde hermelijn (zoals hij hier is afgebeeld) was bovendien een bekend middeleeuws adellijk embleem, bijvoorbeeld in het Franse graafschap Bretagne. Nóg worden in Bretagne broches en chatelaines met een gekroonde hermelijn verkocht. Op het Ermine Portrait is de vacht van de hermelijn trouwens niet maagdelijk wit, maar gespikkeld, zoals de zwarte punten in de koningsmantels, die in werkelijkheid de uiteinden van hermelijnstaartjes zijn. De spikkeltjes van Elizabeths hermelijn doen ook sterk denken aan de afbeelding van ‘hermelijn’ in de heraldiek (wetenschap die zich bezighoudt met wapenschilden).

Alsof de raadsels in dit portret al niet voldoende zijn, is het ook nog eens niet duidelijk wie het heeft geschilderd. Van oudsher is het toegeschreven aan Nicholas Hilliard (1547-1629), de hofschilder die zo veel prachtige miniaturen heeft gemaakt. Recentelijk maakt volgens kenners  William Segar (in of voor 1564-1633) meer kans.

Hatfield House, residentie Cecil Burgley.

Zeker is wel dat het schilderij in Hatfield House House hangt. Dit ‘stately home’ staat in het graafschap Hertfordshire, zo’n 30 kilometer ten noorden van hartje Londen. Vlakbij Hatfield House ligt het oude paleis van Hatfield, waar Elizabeth haar jeugd doorbracht en waar ze in 1558 hoorde dat ze koningin zou worden, na de dood van haar halfzus Mary. Elizabeths opvolger gaf het paleis aan zijn raadsheer Robert Cecil, lord Burgley, de eerste markies graaf van Salisbury. Hij bouwde op op het domein van het paleis van Hatfield een nieuw huis.  Dat huis staat er nog steeds en het wordt commercieel geëxploiteerd, onder meer voor bruiloften en partijen. De tuinen zijn in oude glorie hersteld. Ze zijn destijds aangelegd door de grote tuinarchitect John Tradescant, over wie Philippa Gregory ( ‘The other Boleyn Girl’) de fascinerende roman ‘Earthly Joys’ schreef.

Good Queen Bess

Niet alleen de schilderkunst stond op hoog niveau tijdens het bewind van Elizabeth I. Ook de andere kunsten bloeiden. Bijvoorbeeld de muziek.  Elizabeth was  – net als haar vader Hendrik VIII – muzikaal. Hendrik componeerde, onder meer de song  ‘Pastyme with good company’.  Elizabeth speelde verdienstelijk klavecimbel. In zo’n klimaat konden muzikale talenten zich ontwikkelen. Composities van Thomas Tallis en William Byrd horen nog steeds tot het wereldrepertoire. En van John Dowland. De grote, van oorsprong Ierse, luitspeler was in zijn tijd al beroemd. Hij was een tijdlang verbonden aan het hof van de Deense koning. Later vestigde hij zich in Engeland. Hij liet honderden composities na, waaronder het onderstaande ‘Say Love if ever thou didst find.’ Het past prachtig in de cultus rond de Virgin Queen ofwel Good Queen Bess ofwel Gloriana.


Uit The Third Book of Songs, 1603, uitgevoerd door The Consort of Musicke o.l.v. Anthony Rooley

Copyright: Els Smit

Gepubliceerd: 27 november 2010
Klik op alle foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding