In Fine Style

Bijenkorfkapsels en open kantwerk 

Beatrix 30-04-1980: Tudormouw

Beatrix 30-04-1980: Tudormouw

‘U gaat uw gang maar’, zei de aanstaande koningin Beatrix tegen haar vertrouwde couturier Theresia Vreugdenhil begin februari 1980, toen het ging over het ontwerp van Beatrix’ inhuldigingsjapon.

Anna Boleyn, litho, Beatrix'  inspiratiebron
Anna Boleyn, litho, Beatrix’ inspiratiebron

Koningin en couturier kenden elkaar toen vijftien jaar, vanaf het begin had het geklikt, er was groot vertrouwen. Beatrix had alleen één dringend verzoek aangaande de inhuldigingsjurk. Bij het afleggen van de eed moest de mouw op zijn plaats blijven. Ook had ze een idee over de stijl van de mouwen.

Om te illustreren wat ze bedoelde gaf Beatrix Theresia Vreugdenhil een plaatje van Anna Boleyn, de tweede vrouw van de Tudorkoning Hendrik VIII (1491-1547). Het idee is duidelijk: Beatrix wilde grote klokvormige mouwen met een ondermouw. In de tijd van Anna Boleyn waren de ondermouwen aan de onderkant met kant afgezet. Theresia koos uiteindelijk voor aan de onderkant poffende mouwen zoals Katherine Parr, de zesde echtgenote van Hendrik VIII, die rond 1545 aan het Engelse hof populair maakte. Voor Beatrix’ inhuldigingsjapon bevestigde Theresia de ondermouwen aan de klokvormige wijde mouwen.  Ze gaf er een persoonlijke en 20ste eeuwse toets aan door ze ingenieus te plooien. En opdracht uitgevoerd: niet van hun plaats te krijgen.

Volle glorie

Elizabeth !

Elizabeth !

Hendrik VIII, ca 1491

Hendrik VIII, ca 1491

De mouwen waren pas in volle glorie te zien op het moment dat Beatrix de inhuldigingsmantel terugsloeg en haar hand opstak om de eed af te leggen. Understated drama, maar evengoed een vorm van ‘theater van staat’. Met meer dan een knipoog naar andere tijden, naar Anna Boleyn, maar zeker ook naar dienst dochter: de latere Tudorkoningin Elizabeth I.

In 1546 bestelde Hendrik VIII, waarschijnlijk bij de schilder William Scrots, een portret van zijn toen 14-jarige dochter. Het is nu een van de paradepaardjes op de tentoonstelling ‘In Fine Style’ die op 10 mei opent in The Queen’s Gallery in Buckingham Palace.

Young Elizabeth

Schoonheid, waardigheid, sympathie en eruditie tekenen deze young Elizabeth. Maar dankzij Scrots fabelachtige schilderstechniek zijn de rijke stoffen van Elizabeths kleding bewaard. Je kunt ze bijna aanraken: het rode damast en het goudbrokaat van haar japon, haar goudgeborduurde losse ondermouwen van grijs satijn, bezet met juwelen.

Edward IV van Engeland, hermelijn

Edward IV van Engeland, hermelijn

En dan haar hoofdtooi, de French hood: door haar moeder Anna Boleyn aan het hof geïntroduceerd. Arme, briljante Anna die haar hand overspeelde op politiek gebied – en vooral: geen zoon baarde – verloor op last van haar echtgenoot haar hoofd op het schavot van de Tower.

Catherine Howard, Hendrik VIII's vijfde echtgenote, ca 1541

Catherine Howard, Hendrik VIII’s vijfde echtgenote, ca 1541, met French hood

Maar mode staat sinds jaar en dag tamelijk onverschillig tegenover politieke geschillen en gaat altijd zijn eigen gang. En de mensen van Tudor-Engeland vonden de French hood mooi.

Niet dat iedereen zomaar alles wat hij of zij mooi vond, aan kon trekken. Verschil moest er toen ook al zijn en kleding was zelfs een machtsmiddel in handen van de Tudor-vorsten. Door de ontdekking van nieuwe werelddelen werden kooplui steeds welvarender. Om de ambities van deze social climbers iets te temperen vaardigden de Tudors strikte voorschriften uit wie wat wel en niet mocht dragen.

Zo waren de kostbaarste stoffen voorbehouden aan de koninklijke familie en de hoogste hovelingen. Alleen zij mochten bijvoorbeeld purper fluweel dragen (de purperverfstof was heel duur). Ook hermelijn was voor de happy royal few (foto rechts).

Trendsetters

Vroege (Spaanse) verdugado, de latere Engelse farthingale

Vroege (Spaanse) verdugado, de latere Engelse farthingale, ca 1470

Neemt niet weg dat de Tudorvorsten wel degelijk trendsetters waren. Zoals met de french hood, maar ook met de farthingale, de wijduitstaande onderrok die alle Tudorkoninginnen, regerend of aangetrouwd hebben gekoesterd. Hij werd verrassenderwijs geïntroduceerd door Katharina van Aragon, de Spaanse koningsdochter die de eerste echtgenote van Hendrik VIII was. Ze is als halsstarrig, egocentrisch en als halve non de geschiedenis in geschoven, maar in haar jeugd was ze natuurlijk een stuk minder verkrampt. En geïnteresseerd in kleding. In ieder geval is haar farthingale ( afgeleid van het Spaanse vertugado) meer dan honderd jaar de grondvorm gebleven van de vrouwenmode in Tudortijden én gedurende de hierop volgende Stuart dynastie.

George Villiers, hertog van Buckingham, favoriet van James VI en I

George Villiers, hertog van Buckingham, favoriet van James VI en I

Met Elizabeth I stierf in 1603 de Tudordynastie uit.

Haar opvolger was de Schotse koning James, de zoon van de roemruchte Mary Queen of Scots. In Schotland was hij James VI, in Engeland James I. Dan heb je natuurlijk helemaal geen Berta 38 meer nodig, zou je zeggen. Maar James was wel in meer dingen dubbel. Hij voelde zich als een nachtvlinder aangetrokken tot de oogverblindende, innemende George Villiers, maar was natuurlijk voor keeping up appearances en om dynastieke redenen getrouwd.

Een beetje dubbel

Anne van Denemarken, ca 1506, met farthingale, parels, kant en bijenkorfkapsel

Anne van Denemarken, ca 1506, met farthingale, parels, kant en bijenkorfkapsel

Dat was uiteraard allemaal ook een beetje dubbel voor zijn vrouw Anne van Denemarken (1574-1619). En of het nu daardoor kwam of omdat ze er aanleg voor had: Anne was geobsedeeerd door kleding en juwelen.

‘In Fine Style’ toont een fascinerend portret van Anne, geschilderd door de Nederlander Marcus Gheeraats. Jawel, nog steeds de farthingale japon, maar geprononceerder dan ooit, en versierd met opengewerkt (Italiaans) kant en met parels en kristal. Het is zeker dat voor de vorming van haar figuur walvisbaleinen zijn gebruikt. Haar haarstijl is een hoofdstuk apart. Het staat bekend als ‘bijenkorfkapsel’. Op gezette tijden is het in de mode teruggekeerd, de laatste keer in de jaren 70 van de 20ste eeuw.

De expositie toont nog veel meer imposante portretten en er worden dwarsverbanden gelegd met modestijlen in andere landen. Ook zijn er enige wonderwel bewaarde, 400 jaar oude,  kledingstukken te zien en enkele juwelen.

Britse modestudenten gaan op uitnodiging, op enig tijdstip, hun vertaling van de Tudor- en Stuartmode tonen op een unieke modeshow, waarbij ook leden van het Britse koningshuis aanwezig zijn.

Eigentijdse powerdressing gaat dat worden. Zoiets als koningin Beatrix de afgelopen 33 jaar in Nederland al heeft gedaan:0).

‘In Fine Style’ is tot 6 oktober 2013 te zien, Queen’s Gallery, Buckingham Palace.

Copyright Els Smit 

Gepubliceerd of 27 maart 2013

Klik op de foto’s voor  vergroting en gedetailleerde bronbeschrijving