Koninklijk Goedgekeurd 10

 Marten Toonder

2 mei 1912 – 27 juli 2005

Marten Toonder, Eyrefield Lodge, 2000, foto en copyright Els Smit

Marten Toonder, de geestelijke vader van onder meer de stripfiguren Ollie B. Bommel en Tom Poes, tekende en schreef in zijn lange loopbaan voor vrijwel alle kranten in Nederland. In totaal maakte hij 177 Tom Poesverhalen, die ook in boekvorm zijn verschenen. Ik was met hem in contact gekomen toen ik een artikel schreef over de Bommelartikelen (sokken, schorten, bekers, paraplu’s) die de Hema jarenlang rond Sinterklaas heeft verkocht. Een paar uitspraken van de oude meester in Ierland zouden wel mooi staan in het verhaal, dacht ik. Het snelle telefoontje dat ik in gedachten had, liep uit om een gesprek van anderhalf uur, waarin de ouderdom, het onderaardse Kleine Volkje van Ierland, zijn broer Gerhard Jan, zijn vrouw Phiny en zijn tweede vrouw Tera, astrologie en de geest van Shakespeare aan de orde kwamen. . Een paar maanden later zocht ik hem op in het Ierse Greystones waar hij sinds de jaren 60 woonde. Daar verwoordde hij nog eens zijn visie op het leven en de Keltische mystiek. Al speelden er ook  ‘grondstoffelijke’ zaken, bijvoorbeeld de nieuwe website van zijn nog steeds florerende bedrijf.

Op 10 november 2001 verscheen er een advertentie in NRC Handelsblad: ‘Te koop landhuis in Ierland van Marten Toonder’. Na de verkoop van ‘Eyrefield Lodge’ woonde Toonder in het Rosa Spierhuis in Laren. Hij overleed in zijn slaap op 27 juli 2005.

Dit jaar, 2012, is het honderd jaar geleden dat Toonder werd geboren. In dit ‘Toonderjaar’ zal de oude meester regelmatig worden herdacht. Met onder meer exposities (Stripmuseum Groningen en Letterkundig Museum Den Haag). Ook verschijnt een biografie (geschreven door Wim Hazeu) en zijn de stripdagen (op 10 en 11 maart) aan Toonder gewijd. Het hele jaar door wordt de musical ‘De Laatste IJstijd’ opgevoerd naar een Toonderstrip uit 1947. Hierin zei Ollie B. Bommel voor het eerst: ‘Als je begrijpt wat ik bedoel … ’

 

GPD, 6 mei 2000

‘Het geschrevene is dood, zeiden de oude Kelten … ‘

Je zou zeggen dat ’t het landgoed even buiten Rommeldam is. Maar het ligt midden in het vriendelijke plaatsje Greystones, even onder Dublin, aan de Ierse Zee. Je denkt onmiddellijk dat de heer des huizes Heer Bommel zelf is, maar het is zijn vader, nou ja, zijn geestelijk vader: Marten Toonder. De Heer heeft zojuist de laatste hand gelegd aan zijn testament: ,,Zodat mijn studio door kan blijven gaan. Ja, dat soort dingen moet men nu eenmaal doen als men ouder wordt. Ik word binnenkort 88.”

En passant heeft hij zijn goedkeuring gegeven aan de opbouw van een website. ,,Het zijn de zakelijke dingen van het leven, heel vervelend allemaal en erg tijdrovend. Maar je moet wel. Het is De Toekomst.”

Maar de papierwinkel is eindelijk gesloten en nu leest hij de ‘Tao’, de oosterse leer die de aandacht leidt naar de weg van het Midden, “tussen licht en duisternis, het goed en het kwaad. Met dat soort dingen houd ik me nu bezig.”.

The Celtic Tiger, tekening van C. Gorman

Het is een beeldschoon huis, Eyrefield Lodge in Greystones. De warmte straalt er van af en er wordt ook zo goed voor gezorgd. Nora, de huishoudster heeft de open haard aangemaakt en nu komt ze binnen met het verzilverde koffiestel en een schaal  Ierse pastries. Intussen maakt Toonder het cadeautje open dat ik voor hem heb meegebracht. In Bommelpapier. “Goh, ik wist niet eens dat dat bestond.” Het boekje ‘Wat zeggie? Azzie val dan leggie!’ van Jan Oudenaarden blijkt een snaar te raken. Het is een speurtocht naar het dialect van Rotterdam. Ik dacht dat hij dat wel leuk zou vinden, iets van z’n wortels.

“Rotterdam heeft altijd nog een warme plaats in mijn hart, althans: zoals het was, want ze hebben die stad heel lelijk gemaakt, hoor. Maar ja, hier en daar zijn nog stukken waarvan je zegt: die hebben het eigen karakter bewaard. Het gebeurt hier in Ierland ook: alles platmaken. Zodat het authentieke wordt teruggedrongen. ‘The Celtic Tiger’ noemen ze dat. De Vooruitgang!”

Z’n jeugd in het vooroorlogse Rotterdam heeft hij met liefde beschreven in zijn (driedelige) autobiografie. Eigenlijk heeft hij vrijwel alles uit zijn leven beschreven en zo hoort het ook als je een goede autobiografie maakt. Ook die paar maanden die hij op de op de Academie doorbracht en waarin hij naar eigen zeggen ‘niet veel heeft geleerd’. “Daar moest je dode uilen tekenen, opgepropte uilen, of gipsen beelden. Wat is daar nu aan? Ik ben er afgeknapt. Ik wilde verhalen maken”

Zakenman

Later zou hij een aantal jonge talenten de kans geven om het vak in de praktijk te leren. Toen stond hij inmiddels aan het hoofd van een onderneming die in de hoogtijdagen werk bood aan 118 mensen. “En zo was ik inmiddels ook zakenman geworden. Ik vond het niet leuk, maar ik moest. Toch heb ik mijn beste tijd, althans in Nederland, gehad in de jaren na de oorlog toen het morele de overhand had. Als je je bedrijf goed draaiende wilde houden, was het namelijk tevens nodig dat je je leerde inleven in een ander.”

Eyrefield lodge, op de schoorsteen portret van Toonder geschilderd door Phiny Dick, foto en copyright Els Smit

Het was ook in die tijd, begin jaren 50, dat hij de behoefte voelde om de strip die hij altijd zelf had geschreven meer inhoud te geven.

“Ik had toen zo’n 3000 Tom Poesstrips gemaakt en ik dacht: het begint routine te worden. Ik ga iets maken waar ik in geloof, waar ik warm voor loop. Ik ga er echte karakters van maken. Als je een bevlogen striptekenaar aan het werk ziet, dan zie je hem zelf ook acteren. Dan kijkt hij beurtelings Boos, Verdrietig, Verbaasd, Hooghartig …”

Binnen twintig seconden trekt de hele bonte Bommelstoet voorbij: Van Kwetal tot De Cantecler, van Dickerdack tot Dorknoper. En Bommel zelf natuurlijk, die in die tijd in de woorden van zijn schepper “een veel grotere mond kreeg.” En: “Tom Poes verdween toen een beetje naar de achtergrond.”

Hoe kan hij dat nou zeggen: Tom Poes is er toch altijd.

“Hij is slim, hij heeft oplossingen, maar dat je kan nadenken, betekent nog niet dat je een rijk zielenleven hebt. Dan heb je wat de Engelsen ‘mind’ noemen. Logisch denken is niets dan gescharrel van de hersenen. Stoffelijke gedachten hebben met ziel en geest niets te maken. Zo kan je in het zakenleven praktische oplossingen hebben. Dan heet je ‘slim’, maar dat betekent nog niet dat je dingen ook werkelijk en diepgaand beleeft.”

Ik heb altijd gedacht dat Tom Poes zijn diepere gedachten voor zichzelf hield.

“Nou ja, als het waar is wat u zegt, dan heeft hij misschien wel karakter, maar dan is hij te moeilijk voor mij. Ik ken Bommel, omdat ik op hem lijk. Dat zei Phiny, m’n eerste vrouw, tenminste. Ze las altijd mijn verhalen voordat ze werden gepubliceerd en dan zei ze vaak: ‘Jij bent Bommel’.

Langs lange lijnen denken, het verleden koesteren, de goede dingen des levens waarderen, een heer van stand, daarom?

“Ik heb altijd geprobeerd om met m’n verhalen buiten de tijd te blijven. Het is mij om de menselijke geest gegaan, die van alle tijden is. Bommels opstandigheid, z’n laksheid, z’n dapperheid. Het zijn de eigenschappen die van alle mensen zijn en die bij de een zus uitwerken en bij de ander zo, maar waarvan de grondtoon altijd dezelfde is. En dat mensen altijd zoeken naar iemand die begrijpen wat ze bedoelen. Die beer roept dat niet voor niets.

Ontoereikend

“Woorden zijn zo ontoereikend. De Kelten schreven niet. ‘Het geschrevene is dood’, zeiden ze. Want dan liggen je gedachten vast. Daar zit iets absoluuts in dat in strijd is met de natuur van de menselijke geest die steeds in beweging is. Je hebt het zelfs al met het gesproken woord. Wat ik vandaag zit te praten, dat zal ik morgen wellicht anders zeggen of helemaal niet zeggen. Toch is de bedoeling achter die woorden een constante.

Gered uit de Fairy ring, ill. uit 1880

“Daarom stoelt een goed huwelijk op begrijpen, niet op praten, op woorden. Als het weten van wat er achter de woorden schuilt er niet is, loopt het altijd vast. Dan worden ze kwaad, dan gaan ze schreeuwen. Want het gaat niet altijd om wat er wordt gezegd. Het gaat om, zo u wilt, het Gevoel. En nu moet ik oppassen, want voordat je het weet word je voor zwever uitgemaakt. Het Gevoel voor wat er achter de dingen zit.

“Dat is wat we, Phiny en ik, in 1953 toen we hier voor de eerste keer kwamen, ervoeren. Maar het is allemaal aan het verdwijnen. Zoals de Fairy-ringen. Die waren heel normaal hier. Magische kringen, vaak op de top van een heuvel, omzoomd door eiken, waar binnen volgens het bijgeloof de Shee hun uitgangen hadden. Die Shee hadden in een ver verleden oorlog gevoerd met de Kelten. Ze waren verslagen en ze hadden zich teruggetrokken onder de grond. Maar af en toe, op sommige plaatsen konden ze tevoorschijn komen.

“Het waren wezens die hun eigen trilling konden verlagen, zodat ze onzichtbaar werden. Dus je moest terdege op je tellen passen. Die ringen  werden gerespecteerd. Op de Aran-eilanden, voor de Westkust, werden in die tijd nog Keltische offerdiensten gehouden. Daar hebben ze toen een rooms katholieke priester op afgestuurd: om de ‘boze’ geesten uit te bannen. Dat is opmerkelijk. De rooms katholieke kerk erkende dus wel degelijk dat er een geest was. Anders hoef je hem niet uit te drijven, toch?

Bewegende stenen

“In Maam, in het noorden van Ierland, heb je de bewegende stenen. Op een zelfde dag ieder jaar, op Halloween, rollen ze van de berg af. Dan is het dus zaak dat je binnenblijft. Madame Blavatsky schrijft daar zelfs over in haar boek ‘Isis Ontsluierd’. Ik heb de plaats waar dat naar verluidt gebeurt, kunnen vinden. Sinds de komst van het Christendom valt Halloween op Allerzielen, 2 november. Dat is geen toeval. De katholieke kerk heeft hier, ook letterlijk als het om de kerkgebouwen gaat, op de oude tradities gebouwd.

“In feite is het Christendom relatief van vrij recente datum. Met welk recht heeft die kerk dat gedaan? Voor het Kruis. Ik heb nooit de nadruk op dat kruis begrepen. Ik heb het altijd een heftig martelwerktuig gevonden. Moet je daar de wereld beter mee maken? Terwijl de wederópstanding de clou van Jezus’ bestaan was. Als het al zo is gebeurd, hoor.

Het (soms) kollende meer Doo, foto en copyright Els Smit

“Maar hier in Ierland is een veel ouder geloof . Dat loopt nog steeds door dat nieuwere geloof heen. Wij, en wij niet alleen, hebben dat in Ierland een paar keer ervaren. Er kunnen je hier prachtige dingen overkomen die door de materialistische wetenschap nog niet zijn verklaard. Je moet ontzettend voorzichtig zijn met het vertellen van dat soort ervaringen. Voor je het weet, wordt het een anekdote. En niet iedereen ervaart op de plaatsen waar het jou is overkomen hetzelfde.”

Hij doelt hiermee op een ervaring die Phiny en hij hadden in het westelijke graafschap Mayo waar een lough (een meer) een vreemd bewegende oppervlakte vertoonde. ‘Onder het kollende meer Doo’ werd de titel van het derde deel van zijn autobiografie, waarin hij ook zijn vestiging in Ierland beschrijft.

“Honderden mensen zijn naar aanleiding van dat boekje naar het meer Doo gegaan.”

En?

“Niks gevonden natuurlijk.”

En dan is daar eindelijk die oprechte lach. “Mystiek laat zich niet dwingen.”

En: “Wat Geest eigenlijk is, laat zich niet in woorden uitleggen. Ik kan het hebben over mijn lichaam dat veroudert en dat doet het zeker. Ik voel dat niet. Ik zie het alleen als ik in de spiegel kijk. Gelukkig is mijn geest nog goed, zeg je dan, maar ik bedoel mijn hersens en hersens zijn ook materie. Shakespeares hersens zijn al lang dood, maar zijn geest leeft nog steeds.

Beschouwen

De tuin van Eyrefield Lodge, Greystones 2000, foto en copyright Els Smit

“Als je zo oud bent als ik en ik ben echt oud, iemand van 60 vind ik jong, dan ga je beschouwen, terugkijken, de balans opmaken. Zo veel mensen om me heen zijn weggevallen, Phiny, Tera, m’n tweede vrouw, een paar van mijn kinderen. Dat is een raar gevoel. Het maakt dat je niet helemaal gelukkig bent. En toch zie je dat er een lijn in het leven zit. Je hebt het kwaad nodig voor het goed.

“Ik heb ooit eens een gesprek gehad met een Jezuïet. Uitgerekend iemand van die orde zei tegen me: ‘Als je goed doet, doe je het voor God en als je kwaad doet, doe je dat ook  voor God. Maar het is beter als je weet wat je doet’. Het heeft jaren geduurd voordat ik de wijsheid daarvan inzag.

“Schuld en boete, oorzaak en gevolg: We hebben er allemaal mee te maken. Sommige dingen krijgen we, zo lijkt het, in de schoot geworpen, voor andere dingen moet je moeite doen of het zit je domweg op bepaalde punten tegen. Dat is allemaal niet voor niets. Het is de ontwikkelingsgang van de ziel. En de wetenschap, zo kan je steeds vaker lezen, begint te raken aan mystiek die er sinds eeuwen en eeuwen is geweest. Ik heb het idee dat sommige dingen die ik in de Bommelverhalen heb geschreven nu pas uitkomen.

“Ik heb het eens gehad over het ‘Kukeleffect’. Een medewerker van de universiteit van Maastricht heeft me gevraagd of hij iets dat daar was uitgevonden die naam mocht geven. Het komt er op neer dat nu de energie van een mens zichtbaar kan worden gemeten. Daar zie je al dat het materialisme overgaat in het geestelijke.

“Het is goed dat de mens zich vragen blijft stellen. En dat mensen lezen. Ik heb het geluk gehad dat zelfs van ministerswege strips taboe waren. Tenminste de strips van drie plaatjes met een ballonnetje boven de figuurtjes. Ik kon daar niks mee. Wat kan ja daar nou in kwijt? Ja, ‘Oh’ en ‘Jee’ en ‘Beng’. De toenmalige minister vond dat tekeningen wel mochten, maar dat er een verhaal bij moest, want de jeugd moest leren lezen. En kranten vonden dat toen ook. Daar kon ik van profiteren. Als ik al iets te betekenen heb gehad, zit het daarin.”

 

Sommige mensen hebben geluk. Die zien het meer Doo (Lough Doo) kollen. Kijk maar:


 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 22 januari 2012

Klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding