Koninklijk Goedgekeurd 13

Jos Brink

(18 juni 1942 – 17 augustus 2007) 

Jos Brink

Koninklijke goedkeuring was er meteen toen Jos Brink in 1979  het nationale televisieprogramma presenteerde t.g.v. koningin Juliana’s 70ste verjaardag, met op de eerste rijen de voltallige koninklijke familie.

Bij de werkbespreking voorafgaande aan het programma had Jos ineens gezegd: ‘Denken jullie dat ik de koningin een kus kan geven.’

‘Dat kan je wel doen’, reageerde Gerrit den Braber, destijds hoofd amusement van de AVRO, ‘maar dan niet op z’n Jos Brinks. Doe maar alsof het je moeder is.’

Dertig jaar later, in 2009, werd ‘De Kus’ uitgeroepen het meest memorabele Juliana moment in een peiling van Historiek.net. t.g.v. Juliana’s honderdste geboortedag.

Ik interviewde Jos in 1981 twee jaar na De Kus. Het werd een leuk gesprek. Jos bleek aardig, beleefd, slim, beschaafd, had veel common sense en inderdaad: we hebben af en toe ontzettend gelachen. Ik vind het nog steeds erg dat hij er niet meer is.

In 2008 heeft hij, posthuum, de Glamour Award voor ‘uitmuntende creativiteit en bijzondere verdienste voor de Nederlandse theaters’ gekregen.

Trots

Hij zou er trots op geweest zijn. Wat een erkenning van zijn talent en zijn inzet. En een bevestiging van zijn gelijk. Want in het gepolariseerde Nederland van de jaren tachtig heeft hij het soms zwaar gehad: musicals en dan zonder zwaarwichtigheid, laat staan uitgesproken linkse  standpunten … Jos werd al gauw voor Rechts versleten. Moest-ie zich, in interviews weer verdedigen. Maar hij ging onverdroten door met theater maken, musicals vooral, op zíjn eigen manier.

Babbelonië, ook op video

Niet dat hij helemaal geen erkenning heeft gekregen. Hij was ridder in de Orde van Oranje Nassau en ereburger van de stad Brugge. Hij kreeg de eremedaille van de Dienst voor Cultuur in België, de Gay Award (samen met zijn partner Frans Sanders), twee maal de Televizierring, het Gouden Hart van de Stad Rotterdam, de Zilveren Harp én de Gouden Harp van de Stichting Conamus, de prijs voor het beste kleutermilieuboek door de Raad van Europa, de Wim Sonneveld Genesiuspenning en de Frans Banninck Cock penning van de gemeente Amsterdam.

Hij werkte hard. Honderden radioprogramma’s (als jongste acteur in de Hoorspelkern en als presentator van (‘Tussen 10+ en 20-‘), tientallen cabaretprogramma’s, misschien wel  duizenden televisieprogramma’s (óndermeer ‘De Wie Kent Kwis’ ‘Puzzeluur’ , ‘Babbelonië’ en het praatprogramma ‘Jos op 1’, waarin hij zijn gasten gewoon liet uitpraten. En dus zijn musicals, ondermeer ‘Maskerade’, ‘Amerika, Amerika’, ‘Madame Arthur’, ‘Zzinderella’ en ‘Sonneveld’. Intussen schreef hij boeken, zo’n veertig wel: lichtvoetige kost, maar ook beschouwingen over de toekomst van de kerk en het bijbels dagboek “Dagelijks brood’.

In 1981 was hij onder meer een zeer populair panellid in het televisieprogramma Babbelonië, een soort Hints, maar dan met woorden. Maar de aanleiding van het interview voor Het Vrije Volk was de première van zijn tweede musical ‘Amerika Amerika’, die zich afspeelt aan boord van de Nieuw Amsterdam, het beroemde schip van de Holland-Amerikalijn aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

.

 

Het Vrije Volk, 6 november 1981

Tegenwoordig ga ik meteen naar de sterrenkleedkamer

Niet over de poezen, hè?

Wel over de poezen.

Twee zijn het er inmiddels weer. Een paar jaar geleden mocht heel Nederland vernemen dat de kat van ome Jos en ome Frans dood was. En toen hadden ze er nog maar één. Maar er kwam er weer eentje bij. Uit het asiel. “Dat is trouwens een martelgang, hoor, naar het asiel. Als je al die beesten ziet. Je zou ze allemáál wel willen meenemen. Maar degene die wij meenamen, bleek dus een tumor te hebben én giftig speeksel. Hij vloog ook mensen aan. Zodat de moeder van Frank een zwerend bovenbeen kreeg en onze buurvrouw ook een etterende wond. Enfin, die kat moesten we ook weer laten afmaken  Toen hebben we gezegd: “‘We beginnen er niet meer aan.”‘

‘Zwartje’

‘Maar ja. Zat daar op een dag een zwart scharminkel op de stoep te miauwen. Die nam de door mij aangeboden maaltijd van melk en brokken in grote dankbaarheid af. En hij wandelde meteen naar binnen.”

Hardnekkige geruchten willen dat Willy Dobbe sinds haar reclamespot in een Kaloderma-pot woont. Zou Jos Brink echt in Groot-Babbelonië huizen? Ik geloof er niets van.

“O, wil jij over je buikje worden geaaid, is dát de bedoeling?”

Als geïnterviewden huisdieren gaan aanhalen, willen ze om de een of andere reden een ander onderwerp van gesprek.

Maar eerst moet ik het huis nog zien. Hoort ook bij het geven van een interview kennelijk. En hij kan het weten, want hij geeft er zo’n zestig per jaar.

Nou, huis gezien, ook het pandje dat ze naast hun huis in het hart van Amsterdam hebben gekocht. “Meer ruimte, ook nu een werkkamer voor Frank, was hard nodig, we hebben een eigen bedrijf, hebben nu ruimte om te repeteren, zullen we maar jijen en jouen, is dat niet makkelijker, kijk daar zit die hele ouwe kat, veel post, ben nachtblind… .”

Ik heb nu al stof voor drie jaargangen Privé, Story en Weekend samen en het interview moet nog beginnen.

Nou, daar gaan we. Mijn complimenten voor ‘Amerika Amerika’.

Ik geloof dat de heren het maar half geloven.

“Dank je wel”, zegt Frank Sanders tenslotte tegemoetkomend. Hij maakt zich overigens onmiddellijk uit de voeten met drie volgestouwde canvas tassen, werk aan de winkel.

Dan de volgende pijl maar afgeschoten: Sommige mensen vinden dat er nogal wat onderbroekenlol in de musical zit.

Reliëf

Wim Sonneveld, 1968

“Heb ik expres gedaan.”

Hoezo?

“Om de andere zaken meer reliëf te geven, om wat we nog meer doen extra goed te laten uitkomen. Sonneveld deed dat in zijn shows ook. Hij was altijd met poep en pies bezig. Sonneveld was gek op poep.”

Wacht eens even, in alle interviews met Brink komt Sonneveld als lichtend voorbeeld naar voren. En gisteravond toen ik ‘Amerika Amerika’ zag, was het soms of ik Sonneveld hoorde in de trant van ‘Eliza, waar voor den donder zijn mijn pantoffels?’

“Gek dat je daarover begint. Nee, ik heb hem niet bewust willen nadoen. Maar ik ben trouwens wel gevraagd om de rol van Higgings te spelen.”

Door wie?

“Door Wouter van Liempt, de impresario. Hij wil ‘My Fair Lady’ opnieuw in Nederland uitbrengen.”

En wat heb je gezegd?

“We móeten volgend seizoen ‘Amerika Amerika’ doorspelen, anders komen we bij lange na niet uit de kosten. Maar daarna willen we het graag doen op voorwaarde dat wij de productie in handen houden.”

Je wilt wel in de musicalwereld blijven.

“Jazeker, voorlopig wel. Ik vind het een volmaakte vorm van amusement. Je kan er van alles in kwijt: Liedjes, grapjes, emoties én ik houd van kleren en glitter.”

De Nieuw Amsterdam, waarop ‘Amerika Amerika’ zich afspeelt

Dat is duidelijk te merken in ‘Amerika Amerika’ waar kosten noch moeite gespaard zijn als het om glitter en kostuums gaat. Bovendien wordt het geheel gebracht met een discipline, vooral in de zang- en dansnummers, die bijna on-Nederlands aandoet.

“Waar heb je de show gezien?”

In Amstelveen.

“Kom dan nog maar eens een keer in Luxor kijken, dan is het nog veel mooier.”

Koningin Wilhelmina

Naar Luxor blijken ze met twee vrachtwagens vol spullen te gaan in plaats van met één. Als ze ergens lange tijd staan, loont het namelijk de moeite álles (nog veel meer dan die gigantische gouden waaiers bijvoorbeeld) mee te nemen. Gelukkig gaat het kostuum van Koningin Wilhelmina áltijd mee. Het is misschien een halve minuut op het toneel te zien, maar het is een geheide kraker.

“Gelukkig hebben we dat er in gehouden. Er hangt al te veel in het pakhuis.”

In het pakhuis?

“Ja joh, we hebben kostuums laten maken voor scènes die tijdens of na de try-outs zijn uitgevallen.”

Waarom?

“Er waren scènes die we zelf wel aardig vonden, maar als we ze speelden, zat het publiek te kijken als konijnen die te lang in het donker hadden gezeten. Dan moet je daar niet mee doorgaan. Bovendien kan je het programma niet te lang maken.”

Het duurt nu nóg van kwart over acht tot tien over elf.

“Het blijft moeilijk, hoor, het schatten van de lengte. Normaliter wordt een kwart van de avond in beslag genomen door de lach.”

Simone Kleinsma speelde een hoofdrol in ‘Amerika Amerika’, een foto uit 1979

Is dat zo?

“Daar gaan ze van uit. Maar ja, je loopt de kans dat niemand ergens om lacht . Dan staan iedereen om half tien weer buiten en dat kan je niet hebben natuurlijk.”

Maar er wordt gelachen, af en toe aangemoedigd door de acteurs, die zogenaamd hun lachen niet kunnen houden als Jos zogenaamd improviserend aan de gang is.

“Veredeld schmieren is dat. Kijk, als niemand erin trapt, is het voor ons niet om dóór te komen natuurlijk, maar als het wel werkt, dan zie je die golfbeweging in de zaal. Als je denkt dat ze zijn opgehouden met lachen, beginnen ze weer opnieuw. Dat is zó’n ervaring. Er is een scène die op papier drie minuten duurt, maar in de voorstelling een kwartier.”

Een scène die er in bleef dus, maar wat is het effect op het eindresultaat van het weglaten van die andere scènes?

“Dat het geheel er fragmentarisch op is geworden. Maar in een musical zit je nu eenmaal vast aan veertien liedjes.”

Is dat ook een wet?

“Ja, veertien liedjes en zoveel solo’s en zoveel ensemblenummers. Daar kom je niet onderuit. En je  hebt bij een musical toch al zo’n klein verhaaltje. Je moet een kléin karretje bedenken waar je de rest op kunt monteren.”

Annie Schmidt

Dat summiere verhaal was een verwijt in de recensies.

“Toch is dat eigen aan de musical. In Nederland is een tussenvorm tussen toneel en musical ontstaan door de musicals van Annie Schmidt. Bij haar is daar toch altijd dat waarschuwende vingertje. Geen kwaad woord daarover, zij is daar erg goed in, alleen ik heb daar niet zo veel behoefte aan. Als je wil zingen over kwik in de vis, dan is daar Don Quishocking voor of Rob van de Meeberg, maar ik neig meer naar de Amerikaanse musical.”

Evengoed zit er een, prachtige, scène in ‘Amerika Amerika’ waarin voor het oog van twee clowns (Jos en Frank) nazi’s komen opdraven afgewisseld door dames in het roze die het leven door een roze bril blijven zien.

“Weet je dat ik dat de belangrijkste scène vind. Dat is het credo van de musical. Daarom gaat het én om het eind.”

De echte Evita Perron: ‘Don’t cry for me Argentina

Het eind is de waarschuwing dat er anno nu nog steeds veel discriminatie bestaat. Het wordt in de musical met glitter en glamour omgeven, maar welbeschouwd komen vele vaak verdrukte categorieën aan bod: joden, homofielen, hoeren.

“Enige diepgang moet het wel hebben, anders wordt het alleen maar show.”

Frank en hij hebben menig musical gezien in Londen en New York.

“Het is je vak, je blijft erop studeren. ‘Evita’ van Tim Rice en Andrew Lloyd Webber heb ik nu zes keer gezien en ik wou dát ik dat kon.”

Maar daar zorgt de één uitsluitend voor de tekst en de ander uitsluitend voor de muziek. Brink doet alles zelf.

“Ja, ik schrijf alles, maar er gaat geen woord de deur uit voordat Frank er zijn fiat aan heeft gegeven.”

De rol van Frans in de productie behoeft enige toelichting.

“Frank stelt zich dienstbaar op ten aanzien van de productie . Zolang die goed is, is hij tevreden. Maar hij heeft een paar eisen: Hij wil een duet met mij en hij wil dingen doen waar hij goed in is. Is aan die eisen voldaan, dan is hij akkoord.’

Frank Sanders, 2008

Het is maar goed ook dat hij zo is. Stel dat je allebei dezelfde ambities zou hebben, dat kan niet. We hebben nooit ruzie. Ja, over het werk. Soms als ik hem een tekst laat lezen, zegt hij: ‘Dat en dat is niet goed.’ Dan word ik vreselijk boos op hem. Totdat hij uitlegt waarom het niet goed is. Meestal wist ik dat diep van binnen al en dan is het dubbel  pijnlijk. Als Frank er niet zou zijn, dan deed ik niks: Geen teksten schrijven, geen musicals, geen AVRO, helemaal niks.”

Dat zeg je altijd.

“Maar het is waar. Waarvoor zou ik het dan allemaal doen?”

Het zou jammer zijn, al was het alleen maar omdat dan minder mensen naar Babbelonië zouden kijken en Van Kooten en De Bie dat vervolgens niet belachelijk zouden kunnen maken.

“Ja, heb je dat gezien? Heerlijk gewoon.”

Meen je dat nou?

“Natuurlijk. Het laatste wat ze me kunnen verwijten is dat ik mezelf niet relativeer. Die jongens moeten onmiddellijk weer de Nipkov-schijf hebben.”

Wat denk je nou, ik praat met een linkse krant?

“Welnee, dat kan me niets schelen. Ik wil gewoon niet in een hokje. Ik ben lid van de VPRO en ik lees Vrij Nederland en Privé en dat wil ik graag zo houden.”

Caroline Kaart

Over niet in een hokje gesproken: de zangeres Caroline Kaart, die een prominente rol speelt in ‘Amerika Amerika’is uit het hokje K van Klassieke muziek gekropen. Ze speelt prominent mee in de musical.

De van oorsprong Schotse zangeres Caroline Kaart

“Eerst dacht ik: Dat kan ze nooit volhouden, maar ze houdt het wél vol en ze moet heel wat afhuppen. En dan al die haastverkledingen. Soms is er niet eens tijd om naar de kleedkamer te gaan. Staat ze tussen de technici en de brandwaker in ‘r blote kont. Ach, het is een leuke ploeg. Wat ik zo leuk vind, is dat we een Waalse kostuumontwerper, Raymond Renard, en een Vlaamse regisseur, Jo Dua, hebben én zo’n beroemdheid als Kaart. Het geeft het geheel een, eh, internationaal karakter.”

Moet je onderhand niet eens naar het buitenland?

“Waarom zou ik? Ze hebben daar al zakken vol met sterren. Bovendien spelen we ons hier al de verstomping. Ik heb die ambitie helemaal niet. En dan moet je eens op Broadway kijken. Die lui geven negen voorstellingen per week en ze hebben geen vakantie, pff.”

Hij moet er écht niet aan denken. Ik vind het in ieder geval leuk voor hem dat hij na al die jaren zo’n succes heeft in het theater. En zie, voor het eerst glinsteren zijn ogen zoals ik dacht dat ze altijd glinsterden.

“Aan het eind van het eerste seizoen van ‘Maskerade’ dacht ik: Als ik het De La Martheater voor een maand vol heb, heb ik iets bereikt in dit leven. Het gebeurde. Maar opeens bleek dat ook Carré voor me was afgehuurd. Ik ben iedere morgen zenuwachtig naar de kassa gegaan om te vragen hoe de voorverkoop liep. Dat doe ik altijd. Kom ik in Carré op de avond van de voorstelling, ja dan ga ik niet in de sterrenkleedkamer zitten. Zoiets doe ik niet. Zegt Henni Orri tegen me: ‘Natuurlijk ga jij naar die kleedkamer.’ Komt Paul van Vliet na afloop achter de coulissen en die stevent direct op de sterrenkleedkamer af. En daar zat ik dan, toevallig. Tegenwoordig ga ik er dus wél onmiddellijk zitten.”

’t Is moeilijk bescheiden te blijven.

“Dat is ook een mooie, sierlijke karaktertrek van me, vind je niet?”

Carré

Zes man politie

Het sterrendom. Van Frank is bekend dat hij er niet veel mee op heeft.

“Als je op straat loopt en je stralend begroet wordt, is dat leuk. Maar ze moeten niet aan je gaan trekken. Ik heb ooit eens een winkel geopend. Toen moest er zes man politie bij komen om de mensen van mijn lijf te houden. Dus dat doe ik maar niet meer. Ik zou nu een rijk man kunnen zijn.”

Hij hoeft ook niet een beroep op de bijstand te doen, maar er zijn wel geldzorgen. De productie van ‘Amerika Amerika’ heeft ruim anderhalf miljoen gulden gekost. De zaal moet iedere avond minimaal voor zeventig porcent vol zitten, anders komen ze niet uit de kosten.

“Eigenlijk vind ik boeken nog het makkelijkst.”

Boeken?

“Ja. Binnenkort komt mijn derde boek uit: ‘Allemaal poppenkast’. Met een boek is het zo: Je schrijft het en dan komt het geld binnen. Je moet het daarna onmiddellijk naar de belasting brengen, maar je hebt er in ieder geval toch even naar mogen kijken! En signeren vind ik leuk.”

Ja?

“Ja. Je ziet nog eens iemand.”

Zie je anders nooit iemand dan?

“We zijn inderdaad vrij vaak thuis. Maar met dat signeren hoor je wat mensen van je vinden. Vind ik leuk. En ze kopen een boekje van vijftien gulden natuurlijk.”

Spelletjes

Schrijven, optreden, een bedrijf runnen én televisie. Binnenkort start het spelprogramma ‘Holland-België’. Wat dat precies moet worden, weet hij nog niet.

‘Allemaal Poppenkast’

“Ik ben niet zo slim met spelletjes. Ik vind het zo zielig als mensen het antwoord niet weten, ik ben dan geneigd om te gaan voorzeggen. Ik heb dat ook gezegd tegen de AVRO-leiding, maar ze vinden het goed. Nou, zál ik voorzeggen, het zijn toch mijn centen niet. Als die mensen nou gaan zweten, het benauwd krijgen, ik kan daar niet goed tegen. Je moet mensen hoe dan ook in hun waarde laten.”

Hij is ook bezig met het schrijven van een toneelstuk voor Henni Orri.

“Het gaat over een oudere actrice die op vrolijke wijze dement wordt.”

En dan is daar iedere avond behalve maandag ‘Amerika Amerika’.

“Met die zenders.”

Zenders?

“Je dacht toch niet dat we van onszelf allemaal van die volle, welluidende stemmen hadden, nee hoor, we hebben allemaal een zender bij ons. Die is met draden op ons blote lijf gemonteerd. Is toch wel eens vervelend.”

Hoe bedoellu?

“Nou, de bakkies, hè, de bakkies.”

Hoezo?

“Die zitten wel eens op dezelfde frequentie. We hebben goede technici, maar het kan gebeuren dat iemand vergeet één van onze zenders af te zetten. Krijg je toch opeens: ‘Hallo, hallo’. Of de politie, dat hebben we ook wel eens gehad. Wijzelf noemen die zenders ‘Het Geheim’. Bij Lucy de Lange zit ‘Het Geheim’ in haar slipje, bij Caroline Kaart hangt het tussen haar benen. Maar over het algemeen dragen de dames ‘Het Geheim’ op hun poes.”

 

Op Royalglitter.com natuurlijk ook ‘De Kus’ uit het televisieprogramm t.g.v. koningin Juliana’s 70ste verjaardag met een ontwapenende Jos Brink.

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 20 augustus 2012

Oorspronkelijk interview: Het Vrije Volk, 6 november 1981 

Klik op de foto’s voor  vergroting en gedetailleerde bronvermelding

 

 

 

 

 

 

 

.