Koninklijk Goedgekeurd 14

Sinterklaas

HIJ KOMT ……

V.l.n.r. Prinses Máxima, Ariane, Sinterklaas, Amalia

De Sint die ik in 1973 voor Het Vrije Volk interviewde, is tóch een jaartje ouder geworden. Maar wonder boven wonder (hoewel bij Sinterklaas natuurlijk alles mogelijk is) ben ik er in geslaagd de jeugdige Sint van toen anno 2012 te traceren. Hij woont in Ommen en is 61 jaar.

Sint is sinds onze eerste de ontmoeting trouwens een heel andere richting uitgegaan. Hij is als dominee (!) verbonden aan de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). En hij hoopt binnenkort te promoveren op een proefschrift over ‘Het doorgangshuis Hoenderloo’, een in de 19de eeuw gebouwde christelijke instelling voor jeugdzorg.

Zwarte Piet

Dus toch nog steeds die betrokkenheid bij kinderen. Ach, het is eigenlijk logisch. Lees het interview, uit 1973 dus,  hieronder er maar op na met Reijer de Bruijn, destijds een van de jongste Sinterklazen van Nederland.

 

En natuurlijk voegt hij er als rechtgeaard dominee ook nog een epiloog aan toe. Die vindt u onderaan het interview.

 

Het Vrije Volk, 3 december 1973

Sinterklaas van 22 jaar zit al vier jaar in het vak

Choco-Nicolaas van Myra

‘Kijk, ik ben een statig man’, zegt Sinterklaas. En hij loopt een paar passen op de bovenverdieping van het warenhuis De Bijenkorf in Rotterdam. Hij ís een statig man.

En Sint, hoe oud bent u nu?

Sint giechelt een beetje, staart hulpeloos in het rond, kijkt dan naar zijn twee Zwarte Pieten. Waarom kijkt hij nu naar hen?

Sint: ‘Ik moet me concentreren, ik kijk naar een zwarte plek.’

Hallo Sint, hoe oud bent u nu?

‘Sint: ‘Eh, ik ben 22.’

De Pieten buitelen bijna over de grond van verbazing. ‘Wij dachten dat hij 25 was.’

In de een of andere hoek

‘Ik ben al vier jaar Sinterklaas,’zegt Reijer de Bruijn, want zo heet hij de rest van het jaar. Dat wil dus zeggen dat hij op z’n achttiende zijn debuut maakte. Jongens van zijn leeftijd ambiëren dan in de regel slechts het Zwarte-Pietschap.

Reijer: ‘Ik ben te lang voor Zwarte Piet. En bovendien heb ik een theaterbureau, had een theaterbureau moet ik zeggen. Ik heb altijd tegen mijn ouders gezegd dat ik zelf wilde werken, onafhankelijk wilde zijn. Via het bureau engageerden we popartiesten. We hielden manifestaties in winkelcentra en in december speelde ik dan voor Sinterklaas.’

Studeren

Het theaterbureautje is inmiddels opgeheven. Reijer: ‘Dat betekende ook meteen De Crisis in Mijn Leven.’

En wat doet hij nu? Weer die ronddwalende blik, weer dat beetje onzekere gegiechel. ‘Ik studeer’, zegt hij dan een beetje vaag.

Wat?

Trompet-Piet

‘Moet je dat echt weten? Nou, ik … sommige mensen vinden dat gek … ik studeer voor godsdienstonderwijzer. Tenminste, ik weet niet of ik ook inderdaad onderwijzer word. Er zijn zoveel mogelijkheden: zendeling, evangelist … ik weet het nog niet, ik vertrouw er op dat me te zijner tijd de weg wordt gewezen.’

En nu oefen je vast als Sinterklaas?

Reijer giechelt. ‘Nee hoor, ik ben alleen maar Sinterklaas om mijn boeken te verdienen. Ik heb geen beurs. Sommige mensen zeggen wel eens: “Hoe kan je nou zo’n roomse man spelen?” Dat is net zoiets als wanneer mensen zeggen: “Geen Zwarte Pieten meer, want dat is discriminatie van de negers”. Nou, dat is dus wat ik noem een kwestie van de rekkelijken en de preciezen.’

Prinses Alexia

‘Maar Sinterklaas is natuurlijk wel een commercieel bezit. De zin van Sinterklaas is voor een groot deel weg. Maar het hangt ook een beetje van jezelf af. Ik ben er voor de kinderen. Sterker nog: ik ben Sinterklaas. Als ik in de metro stap ‘s avonds, loop ik nog te wuiven.’

Eerbiedwaardig

‘Ik voel me echt eerbiedwaardig, al verwijten ze me soms een gebrek aan levenservaring. Ik weet niet beter, iedereen gelooft in me. Ik sta wel eens verbouwereerd te kijken hoe de mensen reageren. Iedereen mag je.’

Een van de Pieten kijkt hem peinzend aan. ‘Ik heb al veel Sinterklazen meegemaakt’, zegt hij, ‘maar hij is écht Sinterklaas.’

Reijer: ‘Ik blijf lullen, de hele dag door. Als ik een oudere mevrouw tegenkom, zeg ik: “Hallo, hoe gaat het toch tante Klazien, Katrien, hoe heet je toch … .” “Ik heet tante Sjaan”, zegt ze dan, en het gaat heel wel met mij”.’

‘Kinderen reageren ook heel verschillend. Sommigen gaan huilen, anderen vragen onmiddellijk: “Ik ben Mieppie, heb je snoep?”. Je hebt ook vervelende moeders, die steeds hun eigen kind naar voren duwen. Andere moeders trekken hun kind mee en zeggen: “Dadelijk komen we weer terug, Sinterklaas, nu hebben we geen tijd”.’

‘Toch sta ik er versteld van dat bijna alle mensen hetzelfde reageren. Ik bekijk als het ware nu de massa, waarin ik zelf de rest van het jaar ook meeloop. Als mieren zijn ze, maar verlegen als je ze toespreekt, dan lopen ze rood aan. Ze zien je als autoriteit. Ze vergeten dat achter dat masker een persoon zit die echt denken en voelen kan.’

‘Ik doe het met heel mijn hart. En waar je hart is, is je schat, zeggen ze wel eens. Maar toch geloof ik dat ik nog liever kerstman zou zijn – met belletjes, weet je wel … .’

 

November 2012 voegt dominee Reijer de Bruijn (nu 61) hieraan toe:

Reijer de Bruijn, 2012

‘Weet je dat ik in 1973, het jaar van het interview, 5 december niet meer als Sinterklaas heb gehaald?

Dat kwam zo. De Bijenkorf waar ik dus Sinterklaas speelde, gooide in dat jaar het roer om. Op een bepaalde dag mochten ineens niet meer alle kindjes bij mij op schoot, maar alleen kinderen van wie de ouders voor meer dan honderd gulden hadden besteed in het warenhuis. Ik kreeg zelf twee bonnetjes om aan kinderen uit mijn privé-kring te geven.

Er waren wel honderd kinderen die middag en ik heb ze geloof ik allemaal op schoot gehad. Op twee na. Het waren echte schoffies, menslief, wat waren ze vuil. En hun kleding zat vol vegen en winkelhaken. Maar al die tijd keken ze naar al die andere kinderen die op schoot mochten. Telkens als er een kindje terug naar zijn moeder wandelde, schoten hun ogen vuur. Zouden zíj nu aan de beurt zijn?

Ik had dat zo een tijd aangekeken en opeens dacht ik aan die twee bonnetjes die ik had gekregen. Dus zei ik tegen een van mijn Pieten: Ga jij die twee kinderen daar eens even halen.’ Maar daar stak de verkoopleider een stokje voor. ‘We zitten hier om winst te maken’, zei hij.

Prinses Ariane, Scheveningen,17 november 2012

En die twee kinderen mochten alleen maar toekijken.  Het moet voor hen een teleurstellende ervaring zijn geweest. Wisten zij veel. Sinterklaas kwam toch ook voor hen. Of waren ze soms stout geweest?

En ik voelde mij als Sint tekortgeschoten. De goedheiligman had, zo beleefde ik dat oprecht, een diepe val gemaakt.

Aan het eind van de middag ben ik naar de verkoopleider gestapt en ik heb tegen hem gezegd: ‘Als het zo moet, dan bestaat Sinterklaas voor mij niet meer.’

Ik hoop nu maar dat die twee – ik weet niet wat er van hen geworden is – het daarna snel zijn vergeten, maar ik vergeet die dag nooit meer.’

 

 

 

 

Copyright Els Smit.

Gepubliceerd op 17 november 2012