Koninklijk goedgekeurd – 9 –

Marie-Cécile Moerdijk

24 mei 1929

Poolse volksdansers

Marie-Cécile Moerdijk

Marie-Cécile Moerdijk zei tegen me: “Er komt een tijd en die is niet ver dat een rood stoplicht geen norm meer is.” Ze zei nog heel veel meer. Het is dat haar dochter Lotje aan het eind van de dag kwam zeggen dat ze wilde eten, anders had ik nu nog bij Marie-Cécile gezeten. Toen had ik inmiddels wel álle Kaukasische kerstliederen in alle Kaukasische dialecten gehoord. Ook weet ik nu dat prinses Christina weliswaar een mezzosopraan is, maar dat ze als ze wil een spreekstem heeft met een bas waarop Sarastro groen van jaloezie zou zijn. Want Marie-Cécile heeft warme banden met de Nederlandse koninklijke familie. Zo heeft ze een aantal keren voor koningin Juliana opgetreden, die haar graag mocht.

De innemende zangeres, heeft altijd een grote schare bewonderaars gehad. Ze luisterden naar haar op de radio (jaren zeventig) of ze kwamen met bussenvol naar haar theatertje-aan-huis in Luyksgestel. Daar nam Marie-Cécile hen mee op een muzikale rondreis op basis van haar grote repertoire van volksmuziek.

Mevrouw Moerdijk stond aan de wieg van tientallen succesvolle zangcarrières. Ze is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en Chevalier des Arts (Fr.). In 2003 won ze de Gerrit den Braber Muzeprijs.

Tegenwoordig woont ze in Lommel-Kolonie (België).

 

GPD, 31 oktober 1994

‘Ik drijf op het menselijk contact … ‘

Meisjes uit Kratie in nationaal kostuum

Als Marie-Cécile Moerdijk geen gasten ontvangt in haar theatertje aan huis, dan werpt ze zich wel op voor een goed doel. Als ze tenminste geen gedichten of aforismen schrijft of de tekst bij Moessorgski’s ‘Kinderkamer’ vanuit het Russisch in het Nederlands vertaalt.

Of als ze niet praat, maar welbeschouwd is dat zelden. En nooit is de conversatie – laten we zeggen: grotendeels een monoloog – vervelend.

De poezen, de honden, de pauwen, haar dochter Lotje, die bij haar in de monumentale boerderij in Luyksgesteld woont, de verkeersonveiligheid, de maatschappij in het algemeen, haar verzameling antieke inktpotten, haar broer Carlos, die haar vaak begeleidt op de piano en die ook al in de monumentale boerderij woont, het brood bij de lunch dat ze in België koopt en dat ze dan in de breedte laat snijden, ‘want dan heb je van die lekkere, grote boterhammen. Het komt allemaal aan bod, door elkaar.

Djerba-bruid, Tunesië

Natuurlijk zijn daar ook nog haar vele reizen, de 23 talen waarin ze zich verstaanbaar kan maken en haar vader met wie ze zo’n speciale band had. En uiteraard komt haar zang aan bod: de 4000 liedjes die ze in haar hoofd heeft en die een reservoir vormen waaruit ze put als in haar theatertje ‘De Schater’optreedt.

Bussen

De bezoekers komen met bussen tegelijk. Huisvrouwen uit Eindhoven, plattelandsvrouwen uit Breda, ingenieurs van over de hele wereld, zakenlui, artsen, eigenlijk alle beroepsgroepen plus vele gepensioneerden.

Ieder optreden is speciaal, ze pakt uit en pakt meteen alle aanwezigen in. Mensen mogen ook vragen stellen tijdens de verkapte conférences die ze tussen haar liedjes en de citaten uit haar boeken houdt.

Sommige vragen komen steeds terug. Zoals: ‘Hoe lang bent u nu in Nederland?’En dan vertelt Marie-Cécile: ‘Ik ben in 1960 naar Nederland gekomen.’ Ze bedoelt: teruggekomen. Want ze is geboren in Zeeuwsch-Vlaanderen. Maar haar hele jeugd heeft ze in België doorgebracht. Niet zo verwonderlijk met een Belgische moeder die prachtig piano kon spelen en die in Mechelen d ebeiaard leerde bespelen en een vader die door zijn conservatoriumtijd in Gent verknocht was geraakt aan België.

Onontkoombaar volgen dan de verhalen over de reizen die ze in de jaren vijftig, zeven jaar lang, maakte in het kader van haar ethno-musicologische studie. Haar bestemmingen: Oost-Europa, Lapland, Noord-Afrika, de indianen van Noord – en Zuid-Amerika, West-Indië en het Verre Oosten. Ze tekende er, vaak als eerste, de traditionele melodieën en teksten op.

Chakas muzikanten

Gaande de voorstelling  kan ze ook zomaar ineens aandacht besteden aan haar recent verschenen boek ‘De Fiere Fluiter’. Ook wijst ze erop dat haar boek met aforismen ‘Mijn hart is warm’z’n negende druk beleeft. Ze vertelt dat de boeken na afloop van de voorstelling te koop zijn en even vraagt menigeen zich af of ook deze rijzige Jan Splinter zó door de winter moet.

Maar zie: onmiddellijk verduidelijkt ze dat de opbrengst is bestemd voor de Stichting SoHo, de Sociale Hond.

Geloof, hoop en liefde

De boeken verkocht, de bussen weg, moet Marie-Cécile even diep ademhalen. Zoveel energie gegeven. En per slot van rekening is ze al sinds vijf uur vanochtend wakker. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze dat iedere dag is. Het schoolvoorbeeld van een ochtendmens.

Maar de eik blijkt niet voor lang geveld. Bovendien komt haar dochter Lotje thuis die haar hart heeft verpand aan paarden en die op hoog niveau in de wedstrijdsport meedraait. Nu heeft ze ingrediënten voor een stevige lunch meegebracht.

Handschoenen van de Sami, Lapland

Geloof, hoop en liefde: het blijkt het thema waarop bijna alles wat aan die lunchtafel de revue passeert is terug te voeren.

En er kómt wat aan de orde. Ze kent ook zo veel mensen, ze heeft zoveel meegemaakt en ze is zo geïnteresseerd in alles wat mensen bezighoudt.

‘Ik weet nog toen mijn vader vroeg wat ik later wilde worden, ik zei: ‘Iets met mensen.’ En ondanks al die liedjes die ik ken, de muziek van al die culyuren waarin ik me heb verdiept, blijft het contact met mensen dat waarop ik drijf.’

Zodoende zijn de anecdotes niet van de lucht.

Lommel-Kolonie

De liefde komt ook aan bod. Na drie echtgenoten weet ze daarover mee te praten. Vanochtend tijdens de voorstelling heeft ze nog geroepen: ‘Ik heb drie mannen gehad. Ze zijn allemaal dood, hoor, dus dat jullie niet denken: haha: Dallas.’ Maar dat was een camouflage van al het verdriet dat ze in haar leven heeft meegemaakt. Ook wat dat betreft heeft ze haar portie meer dan gehad.

‘Een bezoeker vroeg me eens: “U heeft zoveel meegemaakt en u bent toch zo vrolijk”. Ik heb toen geantwoord: “Juist daarom”. Het zal ook wel een kwestie van genen en chromosomen zijn, maar ik denk dat je juist als je veel verdriet meemaakt, hoe langer hoe meer aan het leven gaat hangen, dat je van de tijd die jou rest het beste wilt maken.’

‘Daarom ben ik zo blij dat mensen naar mijn muziek willen luisteren, m’n gedichten lezen, m’n boeken kopen. Het is toch eigenlijk een wonder: ik heb geen manager, geen platenmaatschappij. M’n cd’s breng ik in eigen beheer uit. Ze zijn ook niet in de platenzaak te koop. Er zijn mensen die dat een schande vinden, maar ik heb er vrede mee. Ik treed niet meer op in het land, kan dat fysiek niet meer opbrengen. Ik ben al lang blij dat mensen naar mij toekomen.’

In 1995 bracht Marie-Cécile Moerdijk de cd ‘I saw three ships’ uit, met daarop 31 kerstliedjes van over de hele wereld. ‘De klimop en de hulstboom’ is een Nederlandse vertaling van het oorspronkelijk Engelse ‘The holly and the ivy’. Benny Luidemann begeleidt op gitaar:

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 16 december 2011

Klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronbeschrijving