Koninklijk Goedgekeurd deel 12

 

Toon Hermans

17 december 1916 – 22 april 2000

Toon Hermans, LP, 1968

In koninklijke families wordt heus ook naar de televisie gekeken en naar de radio geluisterd. Soms tot starre verbazing van de presentatoren. Zoals van de Britse BBC-presenter (nu Sir) Terry Wogan, die, onder meer, decennia lang een razendpopulaire ontbijtshow op de BBC radio presenteerde. Hij vertelde ooit dat koningin Elizabeth toen hij aan haar werd voorgesteld zei: ‘We find you quite amusing in the morning.’

Natuurlijk hebben ook prinsen en prinsessen hun helden. ‘Ik ken u wel, van de televisie’, zei koningin Juliana ooit tegen Toon Hermans. ‘Ik ken u ook,’ zei Toon, ‘van de postzegel.’

Theatermaker, cabaretier, schrijver, zanger en schilder Toon Hermans had niet veel met status, roem en verering. Toen prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven hem in de jaren zeventig na een voorstelling  uitnodigden om verder te praten, zei hij: ‘Nee, dank u, erg aardig, maar ik ga naar huis.’ Hij had zichzelf een flink glas rode wijn beloofd. Even gas terug, want de volgende ochtend was het al weer gauw denken en associëren geblazen. Vaak wandelend door het bos, bandrecordertje in de hand mee.

Altijd dat borrelen en bruisen in z’n hoofd, altijd ideeën en altijd twijfelen. Vermoeiend voor zichzelf en mogelijk af en toe ook voor zijn directe omgeving. Maar uiteindelijk kwamen daar natuurlijk de mooiste dingen van.

Toon Hermans was een theater-pionier. In 1958 begon hij als eerste theatermaker in Nederland een One man Show. Decennia lang zou hij theaterminnend Nederland in zijn ban houden. Z’n conférences en veel van zijn liedjes zijn nu klassiek en horen bij het Nederlandse culturele erfgoed. Beurtelings om te schaterlachen en een traantje weg te pinken.

Ik interviewde ‘Toon’ in 1996, in zijn huis in Bosch en Duin, voor de kranten van de Geasscociëerde Persdiensten (GPD). Het werd een ontmoeting met af en toe een glimlach en veel verwondering.

 

GPD, 12 oktober 1996

One man show

Je hebt het alleen bij de beste films: dat je nog tot uren na de voorstelling een beetje boven de wereld zweeft. Je hebt het ook na sommige interviews. Nóg kan ik zonder moeite die licht verbaasde blik in die blauwe ogen (ze waren echt zo blauw als op het toneel) oproepen en dan ineens die doorbrekende beetje vragende grijns. Voor Toon was het interview aanvankelijk een verplicht nummer, hem opgelegd door de platenmaatschappij, omdat hij, voor het eerst van zijn leven een studio-cd had gemaakt: ‘Ik zing van het leven.’. Maar het klikte. Het werd een mooie ochtend.                                                                                                                                           

Er staat een hometrainer op de stoep en er staat een hometrainer in de tuin.

“Nou ja, hometrainer. Het zijn ouwe beestjes. Ik zit al dertig jaar elk dag een tijdje op die dingen. Toen ik ermee begon, was het nog geen rage. Nú is bewegen je van het, het is fanatisme. Ik vind al heel lang dat mensen fitter moeten zijn dan ze zijn, maar je moet er geen cultus van maken. ’t Is allemaal onzekerheid.

Met mate dingen doen, de dingen die je bevallen een plaats geven in je leven. Dat is moeilijk. Ik denk dat we allemaal onbewust weten dat we niets weten. Van de essentiële dingen dan. Ik realiseer me steeds meer dat de essentiële dingen in je leven je overkómen.

Wie had kunnen weten dat toen ik drieënveertig jaar geleden bij de Ferdinand Bol de hoek omging ik iemand zou ontmoeten met wie ik mijn leven verder zou delen? En het overkomt ons allemaal, hoor: de één op het strand, de ander op de wc, weer een ander ergens anders. Overal zit het leven vol kleine wondertjes. Maar we hebben vijfenveertig soorten jam, dat is een hele houvast.

Het moet

Zo zing ik het ook in het liedje ‘Jam’. Ik begrijp alleen niet dat er zo veel over die nieuwe cd wordt geschreven. Ik begrijp ook al die interviews niet. Ik maak niet iets om het dan ook nog te moeten verkopen. Ik ben geen standwerker! Maar ja, het moet van de dames en de meneren met de portemonnee bij de platenmaatschappij. Ik hou niet van reclame. Nee, ik hou er niet van. Ik vind een affiche voor een show al veel.

Gé Reinders

Ik ben een maker. En als het af is, is het klaar. Ik luister nooit dingen van mezelf terug. Dus ook deze cd niet. We zijn trouwens al met een tweede bezig, Gé Reinders en ik. Hij is met het idee gekomen om een studio-cd te maken. De samenwerking verloopt goed. Hij is ook een Limburger, maar of dat er iets mee te maken heeft, weet ik niet. Het gaat toch altijd in de eerste plaats om de kwaliteiten van degene met wie je werkt.

Ik was onder de indruk van Gé’s cd ‘Truuk Naor Af’, puur op vakmanschap afgaand. Hij heeft nu prachtige arrangementen geschreven bij mijn liedjes. Dat klinkt weer zo ikkerig, hè. Daarom heb ik nou zo’n hekel aan interviews. Het is altijd: Ik héb, Ik bén. Wat bèn je nou? Ik ben niet eens een kunstenaar. Ik durf mezelf althans niet zo te noemen. Ik ben misschien kunstzinnig, in de zin dat ik zin heb voor kunst. Maar kunstenaar. Wat is dat? Als je je zo noemt, dan ben je het nog niet. En steeds meer mensen noemen zich kunstenaar, kijk maar om je heen.

Artiest? Ik ontdek ook hoe langer hoe meer dat ik nooit artiest ben geweest. Die showbiz … ik heb me er nooit deel van gevoeld, heb er maar een paar vrienden. Dat hele vak wordt overschat. Als het leven een bord soep is, en mijn moeder zei vroeger dat het leven een bord soep is, dan is het theater maar een heel klein lepeltje.

Gewoon een vak

Ze zeggen: ‘André van Duin heeft charisma’. Dan denk ik: André van Duin? Als ze het nou over Gandhi hadden. Als ze Van Duin een goede vakman zouden noemen, zou het genoeg moeten zijn. Want het is gewoon een vak en misschien is het dan niet eens.

André van Duin

Akkoord, misschien dat ik onderhand van mezelf voorzichtig kan zeggen dat ik een aantal technieken beheers, dat ik de stemming van een zaal kan peilen. Maar ja, als je maar vaak genoeg vrijt, word je ook een expert op vrijgebied.

Mahatma Ghandi

Vroeger, eigenlijk tot een paar jaar geleden, liep ik voor een voorstelling maar om zo’n theater heen en dan dacht ik: waar begin ik aan? Hoe kom ik deze avond nou weer door? Maar, en dat is ook waar, als ik eenmaal op moest, viel dat allemaal weg. Je raakt in een roes. Mensen die me goed kennen, zien de verandering in me. Er komt iets over je dat ik tot nu toe nog niet heb kunnen verklaren. Het heeft in feite veel elementen van mystiek in zich. Alleen al de ontmoeting van jezelf en een zaal. Het zijn als het ware twee persoonlijkheden. Voor de zaal ben jij de ene partij en de zaal is voor jou de andere, want al die mensen lossen op tot één geheel, ik zeg dat met respect voor ieder individu in die zaal.

Je jut elkaar ook op. Of het klikt niet, dat kan ook. In die eerste deelseconden, als het doek net op is, valt de beslissing. Beide partijen voelen iets en dat kan goed of verkeerd uitpakken. Toch is er bij de huidige show iets veranderd. Ik geniet er zelf meer van dan ooit. Voor mij is het ook een avondje uit. Ik denk dat ik volgende keer maar een kaartje koop!

Vader vertelt

Ik realiseer me dat in deze fase van mijn leven de rolverdeling anders is: vader vertelt. Ik merk het aan de verwachtingen van de zaal. Wat ook een rol speelt is natuurlijk: ‘Wat goed dat die ouwe lul er nog is, anders had ik deze avond gemist’. En: ‘Wie weet of ik er nog ben op mij 79ste en als ik er nog ben of ik dan nog zo bezig kan zijn’. Het is hetzelfde mechanisme dat ten grondslag ligt aan het kijken naar een baby. Zet een wieg in een kamer en iedereen gaat in die wieg kijken en raakt vertederd.

Weet je waarom dat is? Iedereen is nieuwsgierig naar een levensfase die hij niet bewust heeft meegemaakt. Dat inzicht is niet van mij, hoor, dat is van de kerkvader Augustinus. Omgekeerd gaat dat ook op voor de interesse in oude mensen. Mits ze bij de tijd zijn en nog volop in het leven staan. Want in oude mensen die de pech hebben dat ze verzorging behoeven, hebben we niet zo veel interesse.

Ik was altijd al beschouwend, maar sinds de dood van Rietje heeft die eigenschap zich verdiept. Je kan het ook horen aan de muziek die ik schrijf. ‘Méditerranee’ was aardig, maar ik merk dat er meer nuance in mijn composities komt. Af en toe hoor ik iets waarvan ik denk: Dat gaat naar het chanson toe. Verdriet rijpt je en dat heeft z’n weerslag op je werk.

Als je leert dàt je te realiseren, sterkt het je. Dan merk je dat je breder bent geworden in je mogelijkheden. Een groot deel van mijn show bestaat nu uit improviseren. Dat ik me dat kan permitteren en dat ik er op durf te vertrouwen, beschouw ik als een geluk. Het helpt je ook als je hoort wat ze over je schrijven. Ik zou op een zolderkamertje wonen. De laatste mare is dat ik wegens gezondheidsredenen de ene na de andere voorstelling afzeg. Ik denk dat ik onderhand over dit land beter ben geïnformeerd dan dit land over mij.”

 

Toon Hermans zei altijd dat hij zich van zijn conférences niets herinnerde als het theater seizoen eenmaal voorbij was. Wij doen dat wel. En we mogen ze nooi vergeten:

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op Royalglitter.com op 30 juni 2012