Koninklijk Goedgekeurd – Kersteditie –

Sterren stralen, maar soms een beetje minder

Liesbeth List, Grand Gala du Disque 1970

Kerstboom Rockefeller Center, NY

Toon Hermans kwam net terug uit het bos, bandrecordertje nog in de hand. Daar had hij Gedachten op in gesproken. Het was sinds jaar en dag een gewoonte van hem: het bos in gaan en nadenken, stof opdoen. Deze keer was de uitkomst dat God eigenlijk altijd beschikbaar zou moeten zijn. “Als water uit de kraan, als water uit de kraan, als w…” In het staccato van: ‘Ik heb het leven lief, ik heb het leven lief’.

“Interview je alleen maar artiesten?” vroeg Toon. “Alleen maar? Wat erg.”

Frank Boeyen, 2002

Erg? Welbeschouwd heb ik af en toe vreselijk gelachen.

Om Frank Boeyen bijvoorbeeld. Ik bedoel: door de telefoon kon ik hem ook niet verstaan, net zo min als op zijn platen. Toen ik hem dat meldde, zei hij: “Het is nog erger. De dag na de nacht waarop ik mijn teksten heb geschreven, kan ik ze niet eens meer lezen. Maar ja, dan moet ik de studio in en dan zing ik maar wat ik denk dat er staat. Maar mensen zeggen dat het prachtig is en daar hou ik het dan maar op.”

Diva

Liesbeth List (foto linksboven) heeft zoals een diva betaamt hoge hoogten en diepe dalen in haar leven meegemaakt. Eens heb ik haar, voor Algemeen Dagblad, geïnterviewd in de serie ‘Hoe is het toch met … ’. Hetgeen natuurlijk een dodelijke uitnodiging voor een artiest moet zijn: “Wij willen graag  met u praten voor onze serie ‘Hoe is het toch met…’.” Gelukkig was haar carriere ten tijde van het interview ten goede aan het keren en zo was er tijd voor ontspannen terugkijken.

Imca Marina, 1976

Bijvoorbeeld op de gouden jaren met Ramses (Shaffy) in de late jaren zestig, begin zeventig. “Toen we die tekst van ‘Pastorale’ in handen kregen, begrepen we er geen van beiden één syllabe van. Maar na lang nadenken zei Ramses opeens met geloken ogen: ‘Dit is het verhaal van een Verloren Liefde’. ‘Een verloren liefde’?’ riep ik. ‘Ja’, zei Ramses. ‘O, zei ik’. Zo hebben we het toen maar gezongen.”

André Hazes

Imca Marina (foto links) was ook niet mis. Die bezocht ik, ik denk half november. Ze zat in een volledig ingericht kersthuis. Maar ja, de dennentakken begonnen al door te zakken, de grond bezaaid met naalden, engelen op half zeven, troebel water rond de drijfkaarsen. “Sorry”, zei ze maar steeds, “sorry.” En even later: “Het blad Privé had gehoord dat ik altijd zo’n enig kersthuis maak en dat is ook zo. Alleen, die bladen hebben een voorproductietijd van zes weken.” En wham, daar viel weer een barokke kerstbal in diggels. “Ik doe het nóóit meer,” zei ze.

De Bladen willen wat. De invloed van de roddelpers op het gedragspatroon van sterren valt niet te onderschatten. Voordat je het weet, nog voordat de koffie op tafel staat, vliegen de confidenties je om je oren. Die grote, kleine man André Hazes (foto rechts) was er zo één.

Tamelijk ongevraagd kondigde hij aan dat hij, een klein pilsje bestellend, nu écht van de drank af was. Ik geloofde er geen sikkepit van, maar het kon me ook niet schelen. Ik wilde het liever over zijn werk hebben. “Over m’n werk?” vroeg hij enigszins argwanend. Ik zei ja en het was goed. En zo hadden me nog zo voor hem gewaarschuwd. “Die Hazes is een Beest.”l

Gustav Leonhardt

Ja, zeker. Een hondje. Met een halsband om z’n nek en daarop ‘Rachel’. En een beetje giechelen, hij en ik. “Ze denken dat m’n liedjes makkelijk om te zingen zijn.  Maar af en toe haal ik er één uit het publiek. Mag-ie meezingen. Maar dan merken ze al gauw dat ze het misschien toch niet helemaal hebben.”

Gewonnen

Je hebt ze gewonnen, de echte artiesten, als ze gaan Zingen. Of muziek gaan maken. Of als ze in woord en gebaar gaan illustreren wat ze op de planken doen.

Ik hoef niet eens erg mijn best te doen om weer de sfeer op te roepen van de ontmoeting met de klavecinist en dirigent Gustav Leonhardt (foto links). Die statige, bijna achttiende-eeuwse man in dat statige achttiende-eeuwse Amsterdamse grachtenhuis. Er stonden ettelijke  klavecimbels en virginalen. En hij heeft op allemaal gespeeld om het verschil in klankkleur te laten horen.

Fiep Westendorps Jip en Janneke, sculptuur van Ton Koops, Zaltbommel

In sombere momenten hoef ik alleen maar te denken aan theatermaker Fred Delfgaauw, die nog beter dan de cabaretier Fons Jansen zaliger de  gemiddelde Nederlandse acteur kan nadoen. Dus alle klemtonen die je maar kan verzinnen fóut. Dat was zo lachen, ook van treurigheid.

Ik heb legers van die acteurs voorbij zien flitsen, wachtend in de Endemolstudio’s in Aalsmeer. En ik heb er wat op mijn afspraakjes zitten wachten, omdat de repetitie uitliep, omdat het schema van de grime was veranderd. Bij Ome Joop gaat de televisie altijd voor. Want we leven, om met Toon te spreken, ‘in het tijdperk van Vrouw Holle’.

Bep Vuyks standaardwerk over Indonesische koken

Marie-Cécile Moerdijk zei tegen me: “Er komt een tijd en die is niet ver dat een rood stoplicht geen norm meer is.” Ze zei nog heel veel meer. Het is dat haar dochter Lotje aan het eind van de dag kwam zeggen dat ze wilde eten, anders had ik nu nog bij Marie-Cécile gezeten. Toen had ik inmiddels wel álle Kaukasische kerstliederen in alle Kaukasische dialecten gehoord. Van Marie-Cécile kreeg ik een vaas van Gouda plateel mee.

Cadeautjes zijn  altijd een teken dat twee mensen elkaar echt hebben ontmoet.

Nana Mouskouri, 1971

Plank

Ik heb een speciale plank met boeken-met-opdracht: het kookboek van Bep Vuyk, een bundel essays van Theun de Vries, een prachtig geïllustreerd boek van Fiep Westendorp. En van Toon Hermans het boek met zijn schilderijen, een kapitale Belgische uitgave, met het verzoek hem te laten weten wat ik er van vond.

Je kunt ook zeggen dat een vliegende kraai altijd wat vangt. Van Imca Marina kerstversiering, die ik thuis nooit zo ingenieus vervlochten heb kunnen krijgen. Een pondje paling van Piet Veerman. Een boeket van Nana Mouskouri (foto rechts). Aan dat boeket kleefden tranen. Maar ik moest wel vreselijk lachen toen ik de volgende dag Gerard Joling in De Telegraaf zag staan met een struik ter verwelkoming van Nana.

Corry Konings, 1984

“Ik ken die bloemen,” zei ik tegen m’n echtgenoot. “Ik ook,” zei hij, “ze staan hier.”

Gerard zal het niet erg vinden. Ook hij wist dat Nana een beetje in de war was. De nanny van haar kinderen, haar steun en toeverlaat als Mammie was zingen, was twee dagen ervoor overleden. Daarover hebben we gepraat op die VIP-fauteuils. En samen hebben we een beetje gehuild.

Welbeschouwd heb ik in de loop der jaren ook heel wat afgejankt.

Rita Reys (foto rechts) , ze gedroeg zich interviewmoe en dat was ze ook natuurlijk, maar op een gegeven moment huilde ze om haar kort daarvoor overleden echtgenoot Pim Jacobs. En ik huilde met haar mee.

Rita Reys

Geurtje

Ik vind het wel bevrijdend, af en toe een potje grienen. Voor mij komt huilen nooit te laat. Over Corry Konings gesproken (foto links). Zij had al een cadeautje meegebracht: één van de eerste flacons met haar eigen parfum. Toen die op was, en het was echt een lekker geurtje, heb ik me blindwit lopen zoeken bij alle drogisterijen die op mijn pad kwamen. Later vertelde ze dat het project was afgeblazen. Jammer.

Zoals het me ook spijt dat die vervolgafspraak met Conny Vink niet is doorgegaan, want ze had me beloofd dat ze een paar kekke jasjes uit haar enorme verzameling voor mij apart zou houden. Maar de intentie was goed en het is een illustratie van het feit dat vrouwen het graag met kleding zeggen.  Zo ontdekten Marianne Weber en ik dat onze bruine laarsjes toch wel erg veel op elkaar leken. Bleek dat we ze onafhankelijk van elkaar de week ervoor allebei in hetzelfde warenhuis in Dortmund hadden gekocht. Da’s eigenaardig, want er gaan jaren voorbij dat ik geen laarsjes koop in Duitsland.

Wieteke van Dort 1992

Wieteke van Dort (foto links) trof ik op de Pasar Malam in Den Haag. Voordat ik een mond had opengedaan, zei ze: “Weet je dat ze hier ontzettend leuke kleren hebben? Die jonge Indonesische ontwerpers: er zit zo veel talent bij.” Kledingadvies van doorgewinterde televisieartieste Wieteke werd er gratis bijgeleverd. En inderdaad, als het bescheiden chique moet zijn, ruk ik, nu jaren na dato, vaak die bruine sarong met dat zwarte jasje vol goudborduursel uit de kast. Succes verzekerd.

Dat zijn de mooie momenten. Maar er zijn ook nare.

Harry Bannink, 1978

Herman Schoonderwald, de virtuoze saxofonist was zo enthousiast bezig met nieuwe muzikale wegen. “Ik heb nog muziek voor zeven levens”, zei hij. Zeven maanden later was hij dood.

Harry Bannink (foto rechts): die beminnelijke, knappe man, die zo veel prachtige Nederlandse chansons heeft gecomponeerd. Hij was eindelijk toe aan het genieten van z’n mooie huis midden in de bossen met die beeldige tuin. Ook ineens weg. En ik voel me dan niet getroost door woorden als: ‘Ach joh, misschien vond hij er zonder Annie Schmidt niks meer aan’.

Gerrit

En Gerrit Den Braber ((foto onder), de radioman en liedjesschrijver, natuurlijk. Met z’n vriendschap en z’n honderden anekdotes.

Gerrit den Braber, 1975

Gerrit kende iedereen en iedereen kende Gerrit. “Ik heb vroeger wel eens tegen Rob de Nijs gezegd,als hij zich weer eens bekloeg over al die gillende meisjes: ‘Iédere zanger moet eerst door die periode van de meisjesfans heen’.”

Rob de Nijs, 2008

En: “Ik zeg nog tegen Jos Brink voorafgaande aan de uitzending ter ere van het de zeventigste verjaardag van Juliana:  ‘Je kan overwegen haar een zoen te geven. Maar doe het dan niét zo dat het ter meerdere glorie van Jos Brink is, maar, eh, denk maar aan je moeder’.”

En ook Jos is er al niet meer. Helaas.

Jos was één van de weinigen die je ook lange tijd na een interview herkent. En dat niet alleen: Hij weet nog dingen van je. Ik denk dat het meer dan een jaar na ons gesprek was, achter het toneel van het oude Luxor theater in Rotterdam. Een dikke zoen en: “Hoe is het met die beeldschone kat van je?”  Nu was Poessie ook een uitzonderlijk beest, maar ik had het Jos niet kwalijk genomen als hij zich mijn passie voor Poessie niet had herinnerd.

Cliff Richard, Brussel, 2009

Rob de Nijs (foto rechts) was ten tijde van onze ontmoeting verwikkeld in een gerechtelijke procedure tegen een blad waarvan hij het tegelijkertijd moet hebben. Hij kwam oververhit, in zwart leer, met rinkelbanden binnen. En met die ring.

“Eh, zullen we het over je werk hebben”, vroeg ik. “Nou, graag” zei Rob. Even ging het toch over iets anders. Ik stak een sigaret op en Rob zei dat hij eindelijk was gestopt. “Ik moet ook”, zei ik. “Beter van wel”, zei Rob, “maar je hebt één troost. Heb je de liedjesschrijver en orkestleider Jackie Bulterman nog gekend? Die kwam met zeven pakjes op een bespreking van drie uur en dan nog vroeg hij zich zuchtend af of hij wel genoeg bij zich had.”

Ik zag Rob een paar weken later in een live-televie-optreden en bij het nummer, dat Belinda Meuldijk van tekst voorzag, over hun zoon Yoshi, heb ik maar weer eens flink gesnotterd.

Cliff

Enya 2012

Rob mag zich graag spiegelen aan Cliff Richard (foto links). De ontwikkelingen in hun beider carrières lopen akelig parallel. Cliff weet van Rob, maar hij ziet het anders. Dat is logisch. Rob is voor Cliff geen referentiepunt.

Neemt niet weg dat Cliff één van de meest professionelen in de showbizz is. Alle tijd. En: “Ik heb het goed nu, natuurlijk. Maar laatst had ik het er met m’n zussen nog eens  over dat er vroeger thuis geen geld was voor iedere dag vlees. Dat wisten wij als kinderen niet. Woensdag was Beschuitdag. Daar keek je naar uit. Moet je zien hoe we tegenwoordig eten.”

En dat was dan een Wereldster.

Mini en Maxi

Maar ze hebben echt allemaal gewoon familie, nou ja, de meesten dan. En daar praten ze ook gewoon over. ‘Als je ooit in Dongeal komt,’ zei Máire (Moya) Brennan, de zangeres van de Ierse (familie)groep Clannad, ‘moet je bij m’n vader langs gaan.’ Ik heb het beloofd. Niet te weten dat ik twee jaar erna voor een reportage in het noorden van Ierland moest zijn. En ja, ik heb haar vader opgezocht. Ik was niet de enige. Met busladingen kwamen de fans uit Ierland en Noord-Ierland, dat een paar kilometer verderop ligt naar ‘Leo’s pub’.

Iets van het kind

‘De allergrootsten hebben altijd iets van het kind in hen bewaard’, schreef Thomas Tryon ooit.  Het geldt ook voor  grote artiesten, nou ja voor de meesten dan. Het zijn  aardige mensen, die met hun metier bezig zijn en dankbaar zijn voor hun talent, maar ze hebben ook een open oog voor alle andere dingen in het leven.

Roger Whittaker, 1976

Aan het begin van het interview in Scheveningen met Mini en Maxi, twee van de grootste sterren die Nederland kent,  was Maxi geruime tijd weg. Een vorige verslaggeefster bleek een wielklem te hebben opgelopen. Maxi later: “Ze moest in Rotterdam om vier uur haar kindje uit school halen. Zo iemand laat je toch niet zitten.”

En dan Roger Whittaker. Een ongeschreven wijsheid in de journalistiek luidt: Houd je verre van wie je een fan bent. Gelukkig ben ik niet zo fannerig, maar toen ik Roger Whittaker kon gaan interviewen, heb ik het toch maar gedaan.

Albert West 1975

En? Een van de leukste mannen die ik ooit heb ontmoet natuurlijk. Maar ja, ik wel  domme vragen stellen zoals: “Wat vindt u zelf het beste liedje uit uw repertoire?” Als de gentleman die hij is, keek hij alsof hij die vraag voor het eerst hoorde. Hij dacht zelfs even na en zei toen bijna vragend: “Joni Mitchells  ‘From both sides now’?”.  Zóveel meegemaakt, alles van twee kanten bekeken: de wolken, de liefde en het leven, maar niet anders kunnen zeggen dat het leven doorgronden een moeilijke zaak is en dat deemoed niemand misstaat.

Van al die zinnetjes van al die mensen flitsen er ieder dag wel een paar door m’n hoofd. Eén van de meest waardevolle komt van Albert West. Het gesprek kwam op het begrip respect. En dat dat één van de meest verkeerd uitgelegde woorden in de Nederlandse taal is. Albert: “Respect leggen veel mensen uit als: bewondering. Maar respect heeft te maken met leven en laten leven, met het rekening houden met andermans en je eigen grenzen. En niet zozeer met bewondering als wel verwondering.”

“Alleen maar artiesten?” vroeg Toon Hermans.

’k Heb het nooit zo erg gevonden.

 

 

 

Vanwege Enya, vanwege al die andere sterren en vooral vanwege Kerst: een compilatie van beelden uit  de starstudded  Harry Potter-films, op de nu al kerst-evergreen van Enya: ‘White is in the Winternight:

 

Copyright Els Smit 

Gepubliceerd op 13 december 2012-12-11 

Klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronbeschrijving