Ontwerpers van Oranje

Frans Hoogendoorn maakt prinsessen nog mooier …

Frans Hoogendoorn, foto Rob van der Nol

Koninginnedag 2005, prinses Irene in blouse en rok van Frans Hoogendoorn

Frans Hoogendoorns salon in Den Haag is zoals zijn kleding: ogenschijnlijk eenvoudig, maar o zo geraffineerd en getuigend van groot vakmanschap. Over de leuning van een bank liggen als bij toeval twee coupons: gebloemde zijden mousseline en effen kidskin. Maar het turkoois in beide materialen vormt een delicate combinatie. Een paar verrijdbare kledingrekken voorkomen ook al dat de sfeer te deftig wordt. Aan de rekken hangen, door elkaar,  tailleurs, blouses, rokken. Maar als Hoogendoorn er een jasje uithaalt, zie je het meteen: geknipt voor een prinses.

Het is een beetje Parijs, daar in de Haagse Molenstraat. Een paar meter verderop, op het Noordeinde, wemelt het nog van de trendy dure confectiemerken en horloges met diamanten datum. Maar hier heerst een speelsere sfeer. De opticien zet als hij er zin in heeft een paar kekke tasjes in de etalage. En de eigenaar van de brasserie stalt als in de namiddag het zonnetje nog zo lekker schijnt zijn terrasstoeltjes voor de pui van zijn overbuurman.

Zoals die keer toen prinses Christina onverwacht langs kwam en in de deuringang van de modesalon met enige stemverheffing vroeg: ,,Meneer Hoogendoorn, bent u een restaurant begonnen?”

Pied de coq

Zaanse Schans, 2001, Máxima in mantel van Frans Hoogendoorn

Want voor Christina heeft hij ook kleding ontworpen, vooral voor privé gelegenheden. Irene is vaker met zijn kleding in het openbaar verschenen. Ook haar dochter Maria-Carolina klopte voor een aantal hoogtijdagen bij hem aan. En Máxima. Zo is bijvoorbeeld de beroemde zwart-witte (pied de coq) mantel die ze tijdens haar kennismakingstournee droeg van zijn hand.

Irene is het langste klant. ,,De prinses stapte zo’n acht jaar geleden (nu dus 14 jaar red.) bij me binnen. Zij is zeer geïnteresseerd in de stijl die ik hanteer. Op basis van haar vraag, meestal voor een speciale gelegenheid, maak ik het ontwerp. Ik vind het aangenaam: ervoor zorgen dat de prinsessen er elegant uitzien.”

Prins carolina (rechts) in jasje van Hoogendoorn

Hoogendoorn ontwerpt al jaren voor wat ooit te boek is gaan staan als ‘de twee A’s’.  ,,Toen ik eens een journaliste te gast had, stopte er een auto van het koninklijk huis voor de deur. Ik zei tegen haar: ‘Dat moet je nou maar niet opschrijven.’ ‘Dat is goed’, zei ze, ‘dan maak ik er van:  Frans Hoogendoorn ontwerpt voor de AA’s: de Adel en de Ambassades’.”

Het was niet eens een leugen. Sterker nog: voordat hij in 1974 met een eigen salon – aan de Mauritskade in den Haag – begon, werkte hij voor de Haagse ontwerper Jean Louzac, die veel klanten in de diplomatieke wereld had. Tel daarbij de bewondering die Hoogendoorn al tijdens zijn opleiding had voor ontwerpers zoals Hubert de Givenchy en Balenciaga en je had toen al kunnen voorspellen hoe zijn stijl zich zou ontwikkelen. Grote lijnen, elegantie, prachtige stoffen en details waarin de meesterhand zichtbaar is. In Hoogendoorns geval: rondgestikte kraagjes, beschaafd opvallende manchetten en volantes of ruches. Kortom: Chic. ,,Ik heb van het begin af aan voeling met de adel gehad.”

Prinses Irene (2005) in een Hoogendoorn-creatie van paarse crëpe double

Tweede generatie

Irene bij huwelijk Carlos en Annemarie, 2010: jasje van Armani, verentoef van Hoogendoorn (niet zichtbaar: japon van FH)

Het genoegen was geheel wederzijds. ,,Er zijn families voor wie ik kleding voor alle hoogtepunten in hun leven heb ontworpen. Ik ben nu vaak al met de tweede generatie bezig. Het gebeurt dat de moeder voor wie ik de trouwjurk heb gemaakt meekomt bij de doorpas van de eerste baljurk van haar dochter of háár trouwjurk.”

Vaak horen daar het familiediadeem en de familiesluier bij.

,,Dat is enig. Soms zijn de sluiers een beetje gedateerd, maar we vinden er altijd een mooie oplossing voor.” Laatst zei een van mijn oudste klanten: ,,Frans, wat heerlijk dat we jou in de familie hebben.”

Ook kleedt Hoogendoorn nog steeds vrouwen uit diplomatieke kring, hoewel de klandizie daar wat minder voorspelbaar is. Hoogendoorn: ,,Na een aantal jaren vertrekken diplomaten naar een andere post. Het is geen wet van Meden en Perzen dat jouw naam aan hun opvolgers hier wordt doorgegeven. Ook andere factoren spelen een rol. Tegenwoordig hebben vrouwen van diplomaten veelal een baan en hun eigen adressen waar ze hun kleding kopen. Tot een aantal jaren terug had je cocktailparty’s, waarop de vrouwen in representatieve kleding verschenen. Tegenwoordig is een diplomatieke bijeenkomst vaak een mannenaangelegenheid.”

Anita’s bruidsjurk

Prinses Anita in haar trouwjurk van Frans Hoogendoorn

Hij zit lang genoeg in het vak om te weten dat tijden weertijden hebben. Bovendien heeft hij een vaste kern van klanten, onder wie dus prinses Irene. En de nieuwe generatie prinsessen. Zo ontwierp hij de bruidsjurk van Anita van Eijk, de vrouw van Pieter-Christiaan.

Schets trouwjurk prinses Anita, 2005, copyright Frans Hoogendoorn

Het was een prachtige japon in een combinatie van materialen: dubbele satin-duchesse met op het lijfje uitgeknipte Chantillykant  De jurk was aan de achterkant gesloten met kleine knoopjes. De sluier van dunne zijde was geappliqueerd met kant. De sleep van de japon was drieënhalve meter en kon er met het feest ’s avonds afgehaald worden. In internetpolls met als vraag ‘Wie is uw favoriete bruidsjurk’ scoort Anita’s japon nog altijd hoog.

FH: ,,Ik vind dat een bruidsjurk mooi, maar sober moet zijn en dat de persoonlijkheid van de draagster er tot uitdrukking in moet komen. Ik praat altijd met de bruiden voordat ik met ontwerpen begin.”

Ook Irenes dochter Maria-Carolina weet de weg naar Hoogendoorns atelier te vinden. Hij kleedde haar bij ondermeer de doop van prinses Alexia. ,,Ze kwam hier in 1998 binnen, zoals jonge mensen gekleed gaan: jack, rugzakje. Enfin, we gaan passen, ze staat voor de spiegel, ze kijkt, ze recht haar rug en … als bij toverslag staat daar: een Infante, een echte Spaanse prinses!”

 

Copyright Els Smit 

Gepubliceerd op 3 februari 2012 

Eerste publicatie in Vorsten Royale, nr 6, 2006

klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding