Prinsjesdag

 

 Citeren, binnen proporties, uit dit artikel mag, maar alleen met bronvermelding!

Rouwsluiers, een ‘hoogen hoed’ en een aquamarijncollier

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana in witte rouw, Prinsjesdag 1934

Koningin Wilhelmina en prinses Juliana in witte rouw, Prinsjesdag 1934 GvN

Koningin Wilhelmina nam na de dood van haar man Hendrik op 3 juli 1934 twee jaar rouw in acht.

Op twee opeenvolgende Prinsjesdagen (1934 en 1935) kwam ze daarom in rouwkleding naar de Ridderzaal. In witte rouwkleding.

Koningin Wilhelmina op Prinsjesdag 1934 in zware, witte rouw. Postcard, GvN

Koningin Wilhelmina’s verlaat de Ridderzaal, 1934 , GvN

Wilhelmina was bijna opgegroeid te midden van rouw. Zwarte rouw. Ten eerste overleed haar vader Willem III toen ze tien jaar was. En ten tweede waren in haar jeugd, de late 19de eeuw,  de voorschriften voor rouw heel streng. Bovendien waren (en zijn trouwens nog steeds) de koningshuizen behoorlijk nauw aan elkaar verwant. Dus een overleden koningin of prinses was al gauw familie.

Wilhelmina had als kind zelfs zo vaak zwart moeten dragen dat ze voor de rest van haar leven haar portie wel had gehad.

Nog een geluk dat een van de weinige levensgebieden waarbij ze met haar echtgenoot prins Hendrik op één lijn zat het hiernamaals betrof. Beiden zagen na de dood pas het echte leven beginnen. Er was voor Wilhelmina alle reden om na Hendriks dood witte kleding te dragen. .

Overigens was wit als hofrouw vaker vertoond.

Mary Stuart

Aan de middeleeuwse hoven was witte rouw zelfs gebruikelijk. Er zijn rapportages over de witte begrafenis van de Armeense koning Leo V in 1393 in Parijs. Het Spaanse hof kende witte rouw tot aan het eind van de 15de eeuw.

Mary Queen of Scots in witte rouw, naar Clouet, circa 1560, wikipedia

Mary Queen of Scots in witte rouw, naar Clouet, circa 1560, wikipedia

Na de dood van Frans II droeg zijn weduwe Mary Queen of Scots (1542-1587) witte rouw. Haar hoed met de punt midvoor stond model voor latere rouwhoeden. Die werden daarom ‘Maria Stuarthoeden’ genoemd.

Vier van Wilhelmina’s rouwhoeden zijn bewaard. Ze waren in 1998 te zien op de tentoonstelling ‘Koninklijk Gekleed, Wilhelmina 1880-1962’ op Paleis Museum Het Loo in Apeldoorn.

Wilhelmina (links) en Julia op bezoek in Rotterdam. Rechts burgemeester Pieter Droogleever Fortuyn, 1935. Postcard, GvN

Wilhelmina (links) en Julia op bezoek in Rotterdam. Rechts burgemeester Pieter Droogleever Fortuyn, 1935. Postcard, GvN

Het zijn eenvoudige witte hoeden die zijn overtrokken met zijden rouwcrêpe ofwel krip. Over de hoeden zijn sluiers gedrapeerd en vastgenaaid óf vastgezet met hoedenspelden met een parelmoeren knop.

Volgens de voorschriften werd de sluier naarmate de rouwtijd vorderde korter. Zie de de  foto’s van Prinsjesdag 1934 en 1935 (bovenaan de pagina).

De hoeden werden natuurlijk speciaal voor Wilhelmina gemaakt, met name door Mme de Cler-Smit in Den Haag.

Juliana en Bernhard verlaten de Cineac in den Haag. Postcard GvN

Juliana en Bernhard verlaten de Cineac in den Haag. Postcard GvN

De rouwvoorschriften waren voor Juliana als dochter minder strikt. Maar Juliana legde veel bezoeken samen met haar moeder af. Het zou wat eigenaardig zijn geweest als zij zich wel in  opvallende kleuren had gestoken (foto hier rechtsboven).

Crisistijd

Bovendien was het crisistijd.

Juliana en Bernhard drie dagen na hun verloving, Warmond, 1936. Postacrd, GvN

Juliana en Bernhard drie dagen na hun verloving, Warmond, 1936. Postacrd, GvN

Het was voor Wilhelmina reden geweest om in 1932 haar flamboyante ontwerper Joan Praetorius zijn congé te geven. Het hofleven versoberde in hoog tempo.  Reden voor de Haagse society om te klagen dat er niet veel meer te beleven viel.

Dat was voor het overgrote deel der natie al jaren zo en het zou de komende decennia niet veel beter worden.

Een van de lichtpuntjes in het jaar was Prinsjesdag waarop ‘de Koningin’ zich aan den volke toonde. Mensen gingen er een paar dagen later voor naar de Cineac, waar dankzij het wondermedium film de koningin dichterbij dan ooit kwam. Zelfs Juliana en Bernhard gingen naar de Cineac om de beelden van hun verloving te zien (foto hier linksboven).

Juliana en Bernhard maakten hun verloving op 8 september 1936 bekend: precies een week voor Prinsjesdag.

De gemoederen over de dashing entrée van ‘de prins met de anjer’ waren op de derde september nog lang niet bedaard. En zo werd Prinsjesdag 1936 heel anders dan de afgelopen twee jaren.

Bloemrijk

Juliana draagt tijdens de rijtoer op Prinsjesdag 1936 voor het eerst en public haar aquamarijncollier. Postcard, GvN

Juliana draagt tijdens de rijtoer op Prinsjesdag 1936 voor het eerst en public haar aquamarijncollier. Postcard, GvN. Klik ook op deze foto voor vergroting

De krantenverslaggevers kregen alle ruimte. Vooral de traditionele rijtoer na de troonrede gaf aanleiding tot bloemrijke beschrijvingen, van onder meer de correspondent van de NRC.

Zoals gedurende hele verlovingstijd trok het uiterlijk van ‘prins Benno’ alle aandacht. Voor deze gelegenheden was hij tijdens de rijtoer ‘in  zwart jacquet; en droeg hij een ‘oranje bloem in zijn knoopsgat’. En hij had ‘zijn hoogen hoed welhaast een tikkeltje studentikoos, even schuin,  opgezet.’ ‘En zoo, achterover geleund, groette hij gemeenzaam de massa, vaak met beide handen tegelijk, als allemaal goede bekenden.’

Niet alleen de mensen vonden het prachtig, want: ‘Hij keek er met zijn levendige oogen in dat glundere jongensgezicht, zóo echt in zijn schik, door de glinsterende brillenglazen dat iedereen door jovialiteit werd ingenomen.’

En dan was er natuurlijk de verliefde prinses in haar ‘jeugdige japon van witte zijde en haar bont’. De kleur van haar hoed met veren en haar bijpassende handschoenen worden hier en daar omschreven als ‘lichtblauw’. De verslaggever van de NRC zit er waarschijnlijk het dichtste bij met ‘zeegroen’.

Want Juliana droeg op deze belangrijke dag voor het eerst in het openbaar het collier met aquamarijnen (edelstenen met de kleur van de zee) dat ze in 1931 voor haar 21ste verjaardag van haar grootmoeder Emma had gekregen (foto hier linksboven).

Aquamarijncollier van Juliana, gedragen door Máxima, Ankara 2007. Copyright PPE/Nieboer

Aquamarijncollier van Juliana, gedragen door Máxima, Ankara 2007. Copyright PPE/Nieboer

Bij dezelfde gelegenheid hadden Wilhelmina en Hendrik hun dochter een diadeem met aquamarijnen gegeven. Hiermee was de basis gelegd voor een indrukwekkende collectie die door de huidige generatie nog steeds wordt gedragen.

Juliana had na haar 21ste verjaardag die midden in de crisistijd viel nooit te koop gelopen met haar kostbare juwelen. Maar op Prinsjesdag 1936, naast haar aanstaande man in een calèche, mocht het, zij het verscholen onder de witte vos. Bernhard én zijn moeder, prinses Armgard, zouden Juliana als huwelijksgeschenken ook juwelen met aquamarijnen geven: een broche en een grote pendant (Bernhard) en oorbellen (Armgard).

Armgard en Bernhards broer Aschwin, die in die jaren wel altijd in de buurt van zijn broer en Juliana leek te vertoeven, namen ook deel aan de rijtoer. Ze zaten in het rijtuig achter het verloofde paar. Met koningin Wilhelmina, niet meer in witte rouw, over wie de NRC-verslaggever noteerde: ‘Was of ook de Koningin zelve de jonge blijdschap van den menschen om het gelikkige paar deelde: onbezorgder, ontspannener, spontaan lachende en nijgende dan ik in tijden had gezien.

>>Klik hier voor een artikel Juliana’s aquamarijnjuwelen

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 8 september 2013

Bron passage over rouwhoeden:  ‘Koninklijk Gekleed, Wilhelmina 1880-1962’ , Elisabeth van Braam, 1998

Klik op alle foto’s voor vergroting