Royal Cuisine – 3 –

Koninklijke sterrenrecepten

Kabeljauw á la Jacoba van Beieren

Jacoba van Beieren

Slot Teylingen, artist's impression 1894

Toen Jacoba van Beieren (1401-1436) op Slot Teylingen woonde, was ze begin 30 en al in de VUT. In naam was ze nog gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, maar ze had het feitelijk beheer overgedragen aan hertog Filips de Goede van Bourgondië. Dat gebeurde in 1433 toen ze 32 was.

Een jonge, zwakke vrouw snel ten prooi gevallen aan overweldigende internationale politieke krachten en middeleeuwse macho’s? Vergeet het maar. Als Jacoba nu een internet poll zou invullen over de vraag: ‘Hoe oud bent u werkelijk?’ zou ze uitkomen op ‘103’. Minimaal.

Jacoba was een Wittelsbach, een toen al belangrijk adellijk Beiers geslacht waar pas eeuwen later de chromosomen op tilt zouden slaan met als gevolg een nerveus raspaardje als keizerin Sisi van Oostenrijk (1837-1898) en de ronduit mad monarch Lodewijk II van Beieren (1845-1886). Maar koningin Elisabeth van België (1876-1965), de grondlegster van het naar haar genoemde  internationale Muziekconcours was, hoewel notoir excentriek, net zo goed een Wittelsbach.

De laatste

Mevrouw Arnolfini en haar 'helle-vensters'

Ook Nederland heeft dus zijn Wittelbachse leenheren gekend en Jacoba was de laatste van de vier ‘Graven van het Beierse Huis’. Uiteindelijk zou ze al haar rechten moeten overdragen aan de hertogen van Bourgondië, aan wie ze trouwens, via moederszijde verwant was. Maar je kan onmogelijk zeggen dat ze over zich heeft laten lopen.

Op Teylingen, eindelijk een beetje gelukkig getrouwd, kon ze terugkijken op drie eerdere huwelijken. Die waren stuk voor stuk politieke politieke verbintenissen geweest. Echter, ze waren niet alle allemaal bekokstoofd door bezorgde vaders, ambitieuze ooms of de machthebber-van-het-moment. Ja, twee huwelijken wel. Maar Jacoba zelf stond aan de wieg van één strategisch huwelijk. Eén op drie, niet slecht, zeker in een tijd waarin vrouwen offcieel te boek stonden als de schuldigen aan de Zondeval en de priesters de wijde mouwen van de heersende vrouwenmode ongestraft  ‘helle-vensters’ konden noemen.

Humphrey of Gloucester

Jacoba’s door haar persoonlijk gearrangeerde politieke huwelijk was haar derde: met de Engelse koningszoon Humphrey, hertog van Gloucester (1390-1447). In de Britse  geschiedenisboekjes heet hij: ‘de zoon, broer en oom van koningen’, voor familie en vrienden was hij op een gegeven moment: ‘Good ole’ Humph’.

Hij was belezen, well educated (Eton en Oxford), een kunstkenner én galant, kortom helemaal op z’n plaats in het tijdperk van troubadours, toernooien, ridders en hoofse liefde. Maar dat was Jacoba ook. ‘Beautiful Jacqueline’, was ze en, volgens eigentijdse beschrijvingen ‘lang, goed geproportioneerd’. Ze was muzikaal, sprak vloeiend Engels en Frans (en ongetwijfeld Duits) en ze was bedreven in de jacht. In 1423 trouwden ze.

Druk druk

Nederland heeft dus ooit een hertogin van Gloucester gehad, een titel die nog steeds bestaat en meetelt en zeker als het gaat om ‘Wat dragen zij’ bij koninklijke bruiloften.

Filips de Goede

Good ole’ Humph’ was echter druk, druk, ook omdat hij regent was voor de minderjarige Engelse koning Hendrik VI. Bovendien begon hij Jacoba’s verzoeken beu te worden om soldaten voor haar zaak: het behoud van Holland en Zeeland, te laten vechten. Ten eerste werden de toch al niet bijster gemotiveerde mannen telkens bij duizenden in de pan gehakt. En ten tweede had hij niet veel op met de Nederlandse gewesten, zeker niet naarmate Bourgondië politiek aantrekkelijker voor Engeland werd. En dan waren er nog de lokkende armen van Eleonor Cobham, een van Jacoba’s Engelse hofdames. In 1428 was Jacoba weer op zichzelf aangewezen.

Frank van Borselen

In het drassige Holland was het lastige permanent medestanders te vinden. Ze liep telkens tegen een burgeroorlog aan die wij ‘de Hoekse en Kabeljauwse twisten’ noemen, omdat dat minder erg klinkt. Jacoba zag het meeste in ‘de Hoeken’, de partij van de kleine steden en de lage adel. Het bleek een verkeerde keuze.

Haar geërfde gebieden: Holland, Zeeland en Henegouwen moest ze na een aantal hevige schermutselingen afstaan aan Bourgondië. Hertog Filips de Goede liet Jacoba grootmoedig haar titels behouden, maar ze had niets meer te vertellen.

Merkwaardig genoeg vatte de ‘Kabeljauw’ Frank van Borselen mooie gevoelens voor haar op. Het was op Heer Franks’ Slot Teylingen, bij Sassenheim,  dat Jacoba het een beetje rustiger aan kon (en natuurlijk moest) doen. Zowel Frank als zij waren verslaafd aan de jacht.

In een 15de eeuwse hof

En verder hield Jacoba zich persoonlijk bezig met de huishouding. Volgens de overlevering verzamelde ze, als een goed slotvrouwe,  zelf in haar  ‘hof’ (tuin), groenten en kruiden voor de dagelijkse maaltijd. Vlees en vis werden van buiten aangevoerd, vis pas vanaf woensdag, zo blijkt uit de oude boeken van Heer Frank.

Op Teylingen kende Jacoba drie jaren van redelijk geluk. Toen werd ze ziek. In 1436 overleed ze 35 jaar oud aan een longziekte, waarschijnlijk tuberculose. Geen kruid uit haar tuin was er kennelijk  tegen gewassen.

In haar tijd zal Jacoba de Kabeljauwen waarschijnlijk rauw hebben gelust. Rauw hoeft niet, maar we kunnen natuurlijk best in haar naam een kabeljauwfilet verschalken. Máár, met kruiden van Jacoba’s tuin.

 

 

 

Recept:

Nodig voor 2 personen:

1 kleine ui, gesnipperd

3 ons kabeljauwfilet

2 tomaten, ontveld, zonder zaadjes en in blokjes gesneden

1 flinke teen (verse) knoflook, heel fijn gesneden

een paar takjes kruiden, erg á la Jacoba is: peterselie, salie, rozemarijn en tijm (inderdaad de parsley, sage, rosemary and thyme uit het liedje)

salie

sap en geraspte schil van een halve citroen

olijfolie

zout en peper

Bereiding:

Spoel de filet(s) af en droog ze met keukenpapier. Besprenkel ze aan beide kanten met citroensap, kruiden, knoflook, zout en peper. Doe ze in een licht met olijfolie ingevette schaal en zet ze een uur of twee uur in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 180 graden (‘t liefst 170 als dat kan).

Strooi ui en tomatenblokjes over de vis. Zet de schotel in de oven en bak de filet(s) tussen de 20 en 30 minuten gaar.

 

En nu  ligt vlakbij Jacoba’s keukenhof uit 1400 Nederland’s topattractie (dé) Keukenhof:


Uploaded by  op 3 mei 2007

Muziek: Gedeelte uit ‘De Lente’ uit De Vier Jaargetijden, van Antonio Vivaldi (1678-1741)/ Combattimento Consort Amsterdam, viol: Jaap van Zweden

 

Geraadpleegd:  ‘Frank van Borselen, Het dagelijks leven op zijn hoven in Zeeland en het Maasmondgebied, door A.A. Arkenbout, uitg. Stichting Historische Publicaties Roterodamum, 1994.

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 7 augustus 2011

 

Klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding