Royal Glitter’s Kerst 2013

Dominee Robert Walker schaatst op Duddingston Loch

Dominee Walker schaatst. Schilderij van Henry Raeburn, ca 1784. Wikipedia

Dominee Walker schaatst. Schilderij van Henry Raeburn, ca 1784. Wikipedia

 

Eigenlijk lag het voor de hand dat young Robert Walker (1755-1808) dominee zou worden. Zijn vader William was dominee, net als zíjn vader. Roberts oom en naamgenoot was zelfs voorganger van de prestigieuze St. Giles, de High Kirk of Scotland.

De St. Giles ligt in het hartje van Edinburghs Old Town aan ‘The Royal Mile’: de oeroude straat tussen Edinburgh Castle (kasteel) aan de ene kant en Holyrood Palace aan de andere. Als je al je zintuigen openstelt, kan je alle eeuwen nog voelen met iedere stap die je zet.

St. Giles aan de Royal Mile in Edinburgh. Wikipedia

St. Giles aan de Royal Mile in Edinburgh. Wikipedia

Saint Giles, in het Nederlands Sint Egidius, is s vooral begaan met de kreupelen en de melaatsen. Geen wonder dat de kerk die in de twaalfde eeuw, met z’n vele leprozen, in Edinbugh werd gesticht naar hem werd genoemd.

Oom Robert zal binnen de familie Walker ongetwijfeld de gebraden haan zijn geweest. En ook een zeer gezocht man, want zo gaat dat. Aan hem vroeg de welvarende Schotse kolonie in het verre Rotterdam dan ook advies toen er een nieuwe dominee moest komen.

Robert noemde een paar namen, maar die waren geen van allen up to standard in de ogen van de Schotten in Rotterdam. Uiteindelijk noemde Robert de naam van zijn broer William. Die was namelijk ook Zeer Bekwaam.

Scots Kirk

James I van Groot-Brittannië, schilderij van Paul van Somer, ca 1620, Royal Collection, Wikipedia

James I van Groot-Brittannië, schilderij van Paul van Somer, ca 1620, Royal Collection, Wikipedia

William had zijn sporen verdiend als dominee in het dorpje Monkton in het graafschap Ayrshire, ten zuidwesten van Glasgow. Daar was Robert geboren, op 30 april 1755, het derde kind van William en zijn vrouw Susan.

En ja, William Walker werd in 1760 de volgende dominee van de Scots Kirk in Rotterdam. Robert was toen vijf jaar.

De Schotse Kerk in Rotterdam, 1757. Gemeentearchief Rotterdam, courtesy Mark Humphrys

De Schotse Kerk in Rotterdam, 1757. Gemeentearchief Rotterdam, courtesy Mark Humphrys

De kerk zelf stond op de Schiedamsedijk, nabij het Vasteland, nu nog steeds hartje Rotterdam: het verlengde van de Coolsingel. Het gebouw dateerde uit 1643. Toen gaf de Britse koning James I (en de James VI van Schotland) toestemming voor het bouwen van een godshuis voor de vrij grote Schotse gemeenschap in Rotterdam.

Het was een gemêleerd gezelschap: welvarende kooplieden die zich in de opkomende handelsstad hadden gevestigd, vluchtelingen van eerdere godsdiensttwisten op de Britse Eilanden, nazaten van soldaten uit de Tachtigjarige Oorlog en walvisvaarders. In 1722 was een armenhuis aan de kerk gebouwd voor weduwen en wezen van Schotse soldaten en ongetwijfeld ook zeelui.

Vader William moet het er druk mee hebben gehad. Zelfs kleine Robert kan de overgang tussen de rustige Schotse provincie en de bedrijvigheid van de Hollandse stad niet zijn ontgaan. Op de ontvankelijke leeftijd van vijf jaar heeft hij alle indrukken waarschijnlijk ook regelrecht op de, zeg maar harde schijf van zijn hersenen opgeslagen.

Warme gevoelens

Hollandse winterlandschap door Hendrick Averkamp, ca. 1608, Rijksmuseum, Wikipedia

Hollandse winterlandschap door Hendrick Averkamp, ca. 1608, Rijksmuseum, Wikipedia

Het werden dierbare herinneringen. De rest van zijn leven, toen hij al lang en breed terug was in Schotland, heeft hij met warme gevoelens teruggedacht aan het land van zijn jeugd.

Ook als het koud was. Eigenlijk vooral als het koud was.

In Rotterdam had hij wat nu te boek staat als ‘De Kleine IJstijd’, die van de vijftiende tot de negentiende eeuw heerste, ten volle meegemaakt. Het was de tijd waaraan wij onbewust terugdenken als we het over winter hebben. De mooiste schilderijen van de Gouden Eeuw zijn winterlandschappen. En telkens als het met Kerstmis minder dan dat is, zijn we eigenlijk een beetje teleurgesteld.

Maar daar had Robert geen last van. Hij maakte dus jaren mee dat in Nederland de waterwegen dichtvroren en het dagelijks leven zich naar het ijs verplaatste. Ook het vervoer ging zoveel sneller per slede over het ijs dan over de weg. Robert leerde in Nederland uitstekend schaatsen.

Maar in 1770 was het uit met de (ijs)pret. Robert was vijftien en moest ernst maken met het leven. In zijn geval kwam het neer op: verdere scholing in het ambt van dominee. Uiteraard in zijn geboorteland. En zo werd mater Robert ingeschreven aan de universiteit van Edinburgh.

Eerste roeping

Canongate Kirk, Edinburgh. Photo Matthew Ross, Wikipedia

Canongate Kirk, Edinburgh. Photo Matthew Ross, Wikipedia

Zijn eerste roeping was zoals alle begin behoorlijk moeilijk en zwaar: in een verwaarloosde parochie vlakbij Edinburgh. Maar in 1784 – nog best vroeg voor een 29-jarige – vond Robert zijn bestemming. Hij werd benoemd tot dominee van de Canongate Kerk, op loopafstand van de High Kirk van St. Giles.

De dominee van Canaongate Kirk begroet de Britse koninlijke familie voor het huwelijk van Zara Phillips en Mike Tindall, 2011. Copyright PPE/Nieboer

De huidige dominee van Canongate Kirk – en verre opvolger van de schaatsende dominee Robert Walker – begroet de Britse koninklijke familie voor het huwelijk van Zara Phillips en Mike Tindall, 2011. Copyright PPE/Nieboer

Robert was nu gesetteld man: een goede baan, getrouwd (met Jean Fraser, de dochter van een advocaat) en vader van drie kinderen. Zoals overal was het leven kleinschaliger, dus overzichtelijker dan nu. En Robert hoorde duidelijk bij de elite van de stad, die in het zelfde gebied woonde en werkte en elkaar so to speak buiten kantooruren ook trof. Mettertijd zou Robert deel gaan uitmaken van de Royal Society of Edinburg en voorzitter worden van de Edinburghse Kamer van Koophandel. Tot zijn vriendenkring behoorden de schrijver Sir Walter Scott en de econoom Adam Smith, de auteur van het beroemde ‘Welth of Nations’. Men ontmoette elkaar bij diners, in sociëteiten en bij sportclubs.

Zoals bij de Edinburgh Skating Club, opgericht in 1742 en de eerste ijsclub ter wereld.

Daar kwam je niet zo maar in. Je moest wel kunnen schaatsen. En niet zo maar een baantje trekken. De nadruk lag op esthetisch schaatsen. Je moest een volmaakte acht kunnen rijden, halverwege wisselend van schaats.

De clubleden ( advocaten, legerofficieren, kooplui, artsen en, ja, dominees) reden meestal op Duddingston Loch, een meer achter het Holyroodpaleis, niet eens zo ver van Roberts Canongate Kerk.

Family Character

Sir henry Raeburn, zelfportret ca 1820. Wikipedia

Sir Henry Raeburn, zelfportret ca 1820. Wikipedia

Robert moet vele malen – en wie weet tot vervelens toe – zijn familie en vrienden hebben verteld van zijn tijd in Holland, waar hij had leren schaatsen. Hij heeft zijn hele leven een band gehouden met het land van zijn jeugd. Hij schreef er zelfs over, bijvoorbeeld in ‘Observations on the National Character of the Dutch, and the Family Character of the House of Orange’.

Jackson Haines, wikipedia

Jackson Haines, Wikipedia

Misschien is het daarom dat de Edinburghse schilder Henry Raeburn (1756-1823) – schilderij hieronder – zijn vriend Robert Walker, al schaatsend portretteerde. Inmiddels zijn er vele woorden gewijd aan waarom Raeburn niet, zoals gebruikelijk, een statig portret van Robert maakte. Maar dat is dus niet gebeurd. Hij maakte dat wonderschone schilderij: ‘The Reverend Robert Walker skating on Duddingston Loch’.

Dominee rijdt met de handen gekruist voor de borst: extra moeilijk om je evenwicht te bewaren. Grappig dat het kunstschaatsen met al zijn driedubbele axels en rietbergers en dodenspiralen zoals wij dat nu kennen, inderdaad zo is begonnen. Zelfs de Amerikaan Jackson Haines (1840-1875) – afbeelding hiernaast -, de grondlegger van het huidige kunstrijden, begon zijn carrière met verwaand kijkend schaatsen met gevouwen armen voor de borst.

Het zijn echter niet alleen die gekruiste armen die het schilderij zo boeiend maken. Het is misschien wel die ernstige en ook gewoon licht hautaine dominee die ook zijn vrijetijdsbesteding, hoewel met enige blijmoedigheid, tot in de perfectie wil beoefenen. Maar met als achtergrond de eeuwige perfectie van het landschap, dat echter – dat zie je zo aan de kleuren van de lucht, de bergen en het bevroren meer – niet van deze wereld zijn.

Het is curieus dat het schilderij eeuwenlang in privébezit is gebleven. Pas in 1949 kocht de toenmalige directeur van de Schotse National Gallery het op een veiling. Voor 525 Pond. De toenmalige eigenaar had er een fotootje van laten maken om de verkoop enigszins te bevorderen. Het was de eerste van miljoenen en miljoenen reproducties.

 

Robert Walker had natuurlijk geen idee hoe het zo geoefend rijden op de schaats van zijn tijd zich zou ontwikkelen. Hij zou waarschijnlijk zijn ogen uitkijken bij deze ijsdans uit 1994 van het Britse kampioenspaar Torville & Dean. Vanwege de ijzingwekkende techniek en, ja, vanwege de perfectie:

 

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd 19 december 2013

Klik op de afbeeldingen voor vergroting