Royal Hats

The Toque of the Town

Toque, jaren 50, courtesy Judith Mohrmann

Prinsjesdag 1956, Juliana draagt een luifelhoed, geen toque

Er is een tijd geweest dat de koningin op Prinsjesdag geen hoed droeg, maar een ‘toque’. Dat was in het tijdperk Juliana, waarin ieder normaal taalgebruik moest wijken zodra er een vorstelijk persoon in de buurt was.
De Rijksvoorlichtingsdient (RVD) deed van harte mee aan dat jargon en dus droeg koningin Juliana als ze de troonrede voorlas een ‘toque’. Altijd. Dus ook als ze een baret op had of een luifelhoed, een turban of een flaphoed. Of een toque, want af en toe droeg ze wél een echte toque.

Binnen de RVD moet het destijds een typisch geval zijn geweest van de klok horen luiden en geen idee waar de klepel te vinden is. Een toque is namelijk een soort hoed: tonvormig en zonder rand. De naam komt van het Spaanse ‘toca’, een afleiding van een Arabisch woord dat ‘rond met een opening’ betekent.
Eigenlijk zijn het een beetje stijve, plechtige hoeden. Maar ja, wel een perfecte basis voor allerlei versieringen en dat verklaart voor een groot deel hun succes door de eeuwen heen.
Koningin Juliana garneerde ze graag met bloemen.

Eredoctoraat Juliana Columbia University 1954

De grote (randloze) hoeden met veren zoals modiste Suzanne Moulijn er de afgelopen jaren een paar voor koningin Beatrix maakte, zijn echter ook toques.
Een daarvan droeg Beatrix in 2005 toen ze in Leiden een eredoctoraat in ontvangst nam. Misschien toeval. Maar het kan ook een grapje zijn geweest. Want de toque in zijn oervorm is van oudsher een universitair hoofddeksel.

Toen koningin Juliana in 1954 eredoctor werd aan de Amerikaanse Columbia University kreeg ze behalve de ceremoniële cape ook de al even ceremoniële toque uitgereikt: een (randloze) hoed met daarom een plat deksel met een kwastje. Het is lange tijd het hoofddeksel van afgestudeerden aan menige universiteit geweest.

Mengvormen

De Leidse hooggeleerde dames en heren die Beatrix op de foto uit 2005 omringen, lijken mengvormen te dragen van een toque en een baret. Dat is niet zo gek. De Universiteit van Leiden is in 1575, door Willem van Oranje, gesticht. In die tijd waren toques, vanuit Italië, waar ze al een paar eeuwen werden gedragen, aan een opmars bezig. Maar ze moesten de strijd aanbinden met de gevestigde mode, waarbij de baret met zijn zachte, nonchalante vorm de dienst uitmaakte.

Hooggeleerde hoofddeksels, leiden 2005

Magdalena van Oostenrijk, 1563

Rond 1560 ligt het kantelpunt in die strijd. Uit die tijd stamt een schilderij van Magdalena van Oostenrijk (1532-1590) waarop ze een baret/toque draagt.

Niet alleen koninginnen adopteerden de nieuwe stijl, ook koningen. De hele elite eigenlijk, met name de rechterlijke macht en de universiteiten.

Op schilderijen staat de Nederlandse Vader des Vaderlands Willem van Oranje meestal afgebeeld met een mutsje, maar de Spaanse koning Philips II (1527-1598), ooit zijn vriend, later zijn aartsvijand, kennen wij maar al te goed met een strenge blik en een al even streng hoofddeksel: een toque.
Aan de universiteiten is de toque niet veel van vorm veranderd. Maar in het vrije veld kon hij evolueren.

Koks

Lilly Langtry met toque

De simpele basisvorm bleek zonder moeite in uiteenlopende modestijlen te passen en in diverse perioden. Bijvoorbeeld in de tweede helft 19de , begin 20ste eeuw: het hoedentijdperk bij uitstek. Menig Victorian en Edwardian beauty had een aantal toques. Naar Lilly Langtry, een van de maîtresses van Edward VII (van Groot-Brittannië), werd zelfs een bepaald type toque vernoemd.

Koks met toque

Halverwege de 19de eeuw ontstond  nog een nieuwe professionele toque: die van de koks. Het was een poging van onder anderen de Franse kok Auguste Escoffier om zijn vak een serieuze uitstraling te geven.
Na de Tweede Wereldoorlog, in weer een andere bloeitijd van de mode, was het de grote roerganger Christian Dior, die de toque opnieuw omarmde en een eigentijds gezicht gaf.

In die tijd moet iemand bij de RVD dus het woord toque verkeerd hebben begrepen. Misschien vond Juliana zelf het wel goed zo, of interessant. En misschien was ze te beleefd om de RVD tegen te spreken. Of misschien wist ze het zelf ook niet, hoewel dat onwaarschijnlijk is gezien haar eruditie en haar praktische hoedenkennis.
Hoe dan ook, met het aantreden van Beatrix als koningin was het meteen afgelopen met die flauwekul. Vanaf 1980 draagt de koningin op Prinsjesdag volgens alle RVD-bulletins ‘een hoed’. Het is zelfs altijd een ‘bijpassende’ hoed, hetgeen strikt genomen ook een beetje eigenaardig is, omdat het pas vermeldenswaard zou zijn als het om een niet bijpassende hoed zou gaan.
Maar goed, in die 31 jaar heeft Beatrix op de derde dinsdag in september inderdaad alle mogelijke hoedvormen gedragen: pillboxjes, bretons, een cloche, een mutsje, een fascinator-achtige en eigenlijk best vaak: een toque. Haast nog meer dan Juliana!

Copyright Els Smit
Gepubliceerd op 13 september 2011

Klik op de foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding