Russisch kerstfeest

Een lichtje uit de hemel

Over de Russische sneeuw gleed een arreslee. Het was donker en het was koud. Prins Kotchka trok de kap van zijn dikke bontjas dichter om zijn gezicht. Hij vond het afschuwelijk op deze kerstavond nog te moeten reizen. Hij was liever in zijn warme paleis op de heuvel bij de stad gebleven. Dan had hij nu bij de open haard een glas wodka kunnen drinken.

Maar vanmiddag waren er een paar herders van de steppe bij de prins komen vertellen dat er een engel bij hen was geweest. Die had hen gezegd dat ze dringend prins Kotchka moest spreken. ‘Mmm’, bromde de prins, ‘waarom moeten die engelen altijd met Kerst komen als het koud is?’ Maar goed, de prins zat nog aardig beschut. Boris, de voerman van de slee, had het helemaal niet gemakkelijk. Zijn snor was al bevroren. En aan zijn oogharen hingen kleine stukjes ijs.

Prins Kotchka keek naar de lucht. Er waren honderden sterren te zien. Geen wonder, het vroor dat het kraakte. Urenlang leek de slee voort te suizen over de bevroren grond. En toen hield de voerman opeens  stil. ‘Wat is er aan de hand?’ riep de prins. ‘Weet ik niet,’ zei Boris, ‘er ligt iets op de weg.’ De voerman stapte af. De paarden dampten, zo hard hadden ze gelopen.

Vuurtje

‘Wat is het?’ riep de prins weer. ‘Ik weet het niet’, bromde Boris, ‘een vuurtje geloof ik.’ ‘O, o,’ zuchtte de prins en hees zich overeind, ‘ik kom wel even kijken.’ Hij stapte uit en liep naar de voerman toe die bij een smeulend vuurtje stond. Het siste nog een beetje. ‘O, is dat alles’, zei de prins, ‘het is een gevallen ster. Die zie je wel meer deze tijd van het jaar. Laten we maar doorrijden.’

Maar net toen ze weer in de slede wilden stappen, laaide het vuur huizenhoog op. ‘Prins Kotchka’, klonk een stem. De prins draaide zich om, maar hij sloeg meteen een hand voor zijn ogen. Zo fel was het vuur geworden. Of eigenlijk was het niet het vuur dat zoveel licht gaf. Voor de prins stond een echte engel. Boris kroop bang achter de slee.

‘Allemachtig’, riep de prins, ‘komt u niet een beetje onverwacht?’ ‘Luister goed’, zei de engel. ‘Het is Kerstmis. En Kerstmis is het feest van het licht. Van het hemelse licht kan je wel zeggen. En daarom, prins Kotchka, moet jij deze gevallen ster, dit hemelse vuur meenemen naar de stad en op de heuvel naast je paleis zetten. Vrolijk Kerstfeest.’

Voorzichtig

Prins Kotchka haalde zijn hand voor zijn ogen weg. De engel was verdwenen. Op de grond lag nog steeds het smeulende sterretje. ‘Boris’, riep de prins. Maar er gebeurde niets. ‘Boris’, riep de prins weer.

Voorzichtig verscheen het hoofd van de voerman achter de slede vandaan. ‘Kom, help eens een handje’, riep de prins, ‘we moeten dat sterretje mee terug nemen naar de stad.’ Boris kwam dichterbij. ‘Ja maar, dat durf ik niet beet te pakken’, zei hij, ‘dan brand ik mijn vingers.’ ‘Onzin’, zei de prins, ‘het is toch koud vuur.’ ‘O ja?’’ vroeg Boris ongelovig. Maar hij raapte het sterretje toch op. Het was koud vuur.

Ze draaiden de slede om en in volle vaart gleden ze terug over de steppe, door het donkere bos en langs de huizen van de stad naar de heuvel waar het paleis stond. Ze stapten uit en de prins legde het sterretje op het topje van de heuvel. En kijk, opeens begon het sterretje te stralen. De hele stad was verlicht. De mensen kwamen uit hun huizen en de klokken van de kerken begonnen te beieren. En het begon zowaar te sneeuwen. Grote, witte vlokken. Het was echt Kerstmis.

 

Sinds die nacht heerst er vrede en voorspoed in de stad van prins Kotchka. En nog steeds zijn de mensen er niet over uitverteld en omdat het Russen zijn, vertellen ze het met muziek. Luister maar:

Uitv. Ensemble Souzgarmonika:  www.souzgarmonika.ru

Copyright Els Smit
Gepubliceerd op 16 december 2011
Eerste publicatie ‘De Kleine Stem’, Kerst 1971