Uit de kluis 5

De saffieren van een fragiel, maar dapper koninginnetje

Koningin Wilhelmina met het Nationale Huldeblijk. De broche hoort niet bij de set.

De jonge Wilhelmina was een koninginnetje dat tot de verbeelding sprak: jong, knap, fragiel en zo dapper toen ze in bij haar inhuldiging in 1898, 18 jaar oud, die zware koningsmantel helemaal in haar eentje torste. Dus iedereen was blij toen ze in 1901 een man vond op wie ze zou kunnen steunen: prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Aan een Nationaal Huldeblijk droegen vrijwel alle Nederlanders graag bij.

's Lands wijs, 's lands eer: Russisch huldeblijk: veel kostbaar bont

De benaming ‘sprookjesprinses’ lag in 1901 nog niet op ieders lippen, maar de sieraden die het Nederlandse volk zijn jonge koningin Wilhelmina gunde, getuigden van een bijna devote bewondering voor een hoger geplaatst wezen.

Hoewel bijna devote bewondering? Wie de krantenverslagen van koninklijke gebeurtenissen uit die tijd leest, wordt met de neus op de feiten gedrukt. Hier worden geen mensen van vlees en bloed beschreven. Het gaat hier waarachtig om tijdelijk uit de hemel op aarde neergedaalde goden en godinnen, die met het volk slechts de menselijke gedaante delen. Voor de rest zijn ze hoog boven iedereen verheven. De feodale maatschappij van de middeleeuwen was, ondanks stoomtrein en gaslicht, in de beleving van mensen kennelijk nog lang niet voorbij. In die sfeer is het begrijpelijk dat er een Huldeblijk werd aangeboden, vanouds een offerande van volk aan koning, een bewijs van onderworpenheid en op z’n minst zeer grote achting.

Spiegelbeeld

Koningin Beatrix draagt nog steeds de armbanden van Wilhelmina's Huldeblijk

Meer dan achthonderd edelstenen: briljanten en saffieren, flonkerden in een diadeem, een collier en twee armbanden. De Amsterdamse juwelier Hoeting die met het ontwerp van het cadeau was belast, moet het ideaal van volmaakte symmetrie voor ogen hebben gestaan, want het collier was het spiegelbeeld van het  diadeem, de twee armbanden waren identiek. Nederland gaf eigenlijk een cadeau een keizerin waardig. En de facto was Wilhelmina ook een keizerin. Ze stond aan het hoofd van een grote koloniale mogendheid met grote bezittingen in het huidige Indonesië en in ‘De West’ (Suriname en de Nederlandse Antillen).

Prinses Máxima met oorbellen gemaakt uit het Huldeblijk

Het Huldeblijk steeg hoe dan ook qua allure ruimschoots uit boven de landbouwnatie die het kleine moederland Nederland rond 1900 was. Arabesken van wit goud, minutieus gezet met diamanten, verwezen  naar de banden met het oosten,  de middengedeelten van zowel diadeem als collier, die een beetje op bloembladeren leken, deden aan de negentiende-eeuwse Europese, met name Franse, juwelentraditie denken.

Het leek allemaal te mooi om waar te zijn. En dat was het ook.

Trouwhartig

Ook prinses Margriet kreeg een paar oorbellen als aandenken

Het struikelblok was van het begin af aan het diadeem. Dat was namelijk topzwaar. En waar de Britse koningin Elizabeth ooit heeft gezegd: ‘You cannot dance in a tiara’, kon Wilhelmina met dit diadeem niet eens lópen.

Trouwhartig heeft ze er telkens als er dynastiek iets te vieren viel, mee geposeerd voor staatsieportretten. In een tijd waarin er slechts om de paar jaar – en in beperkte oplage – een foto van de koningin circuleerde, was er ook niemand die zei: ‘Ze draagt die juwelen verder nóóit’.

Bij haar leven heeft niemand aan het Nationale Huldeblijk mogen komen. Na haar dood was er ruimte voor praktische overwegingen. Het Huldeblijk werd gedemonteerd en er werd een flink aantal nieuwe juwelen van gemaakt, waaronder een broche die prinses Margriet af en toe draagt. Als aandenken aan grootmoeder Wilhelmina kregen de vier kleindochters van Soestdijk ieder een paar unieke oorbellen met briljanten en saffieren. Nu draagt een nieuwe generatie (schoon)dochters die.

Van de armbanden werden de diamanten die boven en onder de centrale saffier zaten, verwijderd. Zó gestroomlijnd kan koningin Beatrix ze mooi combineren met andere oude saffiersieraden. Het zijn nog steeds forse banden: moeiteloos passend in Máxima’s stijl.

 

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 10 januari 2012

Gebaseerd op de eerste publicatie in Vorsten, september 2006