Uit de kluis

Wayang kulitpop

De Indonesische (arm)band van Juliana

Juliana 1937, met Indonesische armband

Juliana had er zó naar uitgekeken. ‘Nu gaat ook voor mij de droom die werkelijkheid is, beginnen”, zei ze bij aanvang van het staatsbezoek dat ze in 1971 met Bernhard aan Indonesië bracht. Menigeen schaarde deze uitspraak onder haar aandoenlijke naïef-filosofische inslag. Maar in werkelijkheid haalde ze de titel (‘de droom die werkelijkheid is’) aan van een hofdans uit Midden-Java die de hereniging van twee echtgenoten na een veldslag verbeeldt. Ze refereerde aan de woelige perioden: de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd die haar hadden verhinderd het land van haar dromen eerder te bezoeken. Ook liet ze zo meteen weten dat ze bekend was met de Indonesische cultuur.

Als kind al was ze gefascineerd door dat verre stuk Nederland waarover ze eens koningin zou zijn: die mysterieuze archipel met zijn vele volken, zijn verhalen en godsdiensten. Ze vroeg haar leraar niet-Westerse godsdiensten, de kleurrijke Leidse rector magnificus Christiaan Snouck Hurgronje 1857-1936), het hemd van het lijf over ‘de stille kracht’ en ze stelde Wilhelmina herhaaldelijk en altijd vergeefs voor om naar Indië af te reizen.

In 1971 zou ze, in een onafhankelijk Indonesië, eindelijk alles waarvan ze had gelezen en gehoord met eigen ogen aanschouwen. Thuis had ze al van de sfeer kunnen proeven dankzij de prachtige geschenken die opeenvolgende generaties sultans hadden aangedragen. Het oude land overzee kende een eigen rijke traditie van vorsten. De meesten daarvan hadden al of niet met het mes op de keel vanaf de 17de eeuw eieren voor hun geld gekozen en zich geschaard aan de kant van het Nederlandse bewind.

ansichtkaart van paardenwagentje uit 'Indië'', ca. 1910

Daarbij hoorden natuurlijk geschenken aan de grote koning(in) in Nederland, vooral bij speciale gelegenheden. Dan stuurden ze mystieke, fabelachtig bewerkte krissen en kostbare meubelen.Als klein meisje moet Juliana gefascineerd zijn geweest door het geheimzinnige  paardenwagentje dat ze had gekregen van een meneer met een al even mysterieuze naam: sultan Pakoe Alam van Yogyakarta (foto rechts).

Bij de inhuldiging van Wilhelmina  in 1898 stuurde de sultan van Kutai op Oost-Kalimantan een gouden diadeem met diamanten in hindoe-Javaanse stijl. Koningin Beatrix draagt sinds begin jaren 60 delen van dit diadeem als broches en oorhangers. Nu lenen de prinsessen ze af en toe.

Warm hart

De Indonesische gastheren stelden Juliana in 1971 niet teleur. De bevolking bleek het bezoek uit Nederland ook een warm hart toe te dragen en verwelkomde koningin en prins op een welgemeend ‘Dag oom, dag tante’ en hier en daar zelfs ‘dag Sinterklaas’. President Suharto, die toen nog slechts in zeer kleine kring omstreden was, liet ook al niets achterwege om de werkelijkheid een droom te laten zijn.

Lyrisch zijn de beschrijvingen uit die tijd van de banketten die werden opgediend ‘in tropisch ritselende tuinen, bevolkt door gasten in kleurrijke sarongs en kebaja’s, in het licht van fakkels en vetpotten tegen de achtergrond van paleizen met kroonluchters en met de klank van gamelans in de galerijen.’

Garuda, het gevleugelde rijdier draagt de god Vishnu, beschilderd houten beeld

Ook waren er geschenken. Zo waren er voor de vier prinsessen van Soestdijk gouden armbanden met bloemmotieven. En voor Juliana zelf een massief gouden, een kilo wegende, gordel van filigrainwerk uit Zuid-Celebes. ‘Pas hem eens even aan, Jula’, suggereerde Bernhard. En de koningin paste hem aan. Hij bleek twee schakels te wijd. Waarop Bernhard, altijd de praktische in het gezelschap, constateerde: ‘Beter dan dat hij te nauw zou zijn.’

Juliana's Indonesische armband

Juliana was een beetje verlegen met het cadeau. Hoewel, ze had kunnen weten wat haar te wachten stond. Een maand voor haar huwelijk verraste de bevolking van ‘Indië’ haar immers met een platina armband met 1700 loepzuivere diamanten, bestaande uit drie vakken: de Nederlandse kroon, aan twee kanten geflankeerd door een garoeda: het rijdier van de hindoestaanse god Vishnoe, die alle dingen in de schepping onderhoudt. Kroon en garoeda’s waren met elkaar verbonden door arabesken naar een  motief zoals dat op de Borobudur voorkomt. Juliana droeg de band tijdens haar huwelijk en vaak daarna: bij staatsbezoeken, op haar zilveren bruiloft en op menig staatsieportret.

Gedemonteerd

Máxima met een van de armbanden, 2008

Toch moet ze op enig moment besloten hebben dat de armband qua ontwerp en/of qua symboliek niet meer voldeed. De band is in ieder geval gedemonteerd. Er zijn ondermeer drie broches van gemaakt en twee armbanden: een robuuste en een met een open ontwerp. Bij het staatsbezoek van koning Boudewijn in 1993 droeg Juliana bij het galadiner de chunky band. Sinds 2002 worden beide banden frequent gedragen: door de koningin en door Máxima en Laurentien.

Andere Indonesische cadeaus zijn nog wel intact en vele liggen te pronken in de Indische Zaal van Paleis Noordeinde die in zijn geheel ook een cadeau van de Indonesische bevolking was: bij het huwelijk van Wilhelmina en Hendrik in 1901.

De gastvrijheid en de gulheid overrompelden Juliana 70 jaar later op haar langverbeide bezoek, zodanig zelfs dat ze op een gegeven moment verzuchtte: ‘Het kan hier niet op.’

Ze besloot haar geïmproviseerde afscheidstoespraak niet voor niets met een herhaald ‘trimakassie’(‘dank u wel’), hetgeen door de in het Maleis niet zo onderlegde verslaggever van het damesblad Prinses werd opgeschreven als ‘driemaal gassie’ en dat uiteindelijk in de kolommen van het blad eindigde als ‘De koningin zei: gassie, gassie, gassie’.

 

In Indonesië is juist een hernieuwde belangstelling voor traditionele ambachten die de laatste decennia moesten wijken voor westerse technieken. Zo beleeft het batikwerk een ware revival.

 

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd 30 juni 2011

Oorspr. publicatie: Vorsten nr 13, 2006


Klik op alle foto’s voor vergroting en gedetailleerde bronvermelding