Unieke expositie

25 diademen op een zilveren PAN

Diadeem met diamanten en saffieren, 1910, Carrington & Co

Zó veel diademen op één tentoonstelling: het is in Nederland nog nooit vertoond. Maar het gaat toch echt gebeuren. Van 20 tot 27 november zijn op de PAN (Pictura Antiquairs Nationaal) in Amsterdam 25 (soms letterlijk) vorstelijke diademen te zien.

Art Nouveau diadeem, 1935, Luis Masriera

Het getal 25 is niet voor niets gekozen, want de PAN, de belangrijkste nationale beurs voor kunst, antiek en design, viert dit jaar zijn zilveren jubileum. Het idee om dit met een diademenexpostitie te onderstrepen is van communicatiedeskundige Hein van Beek. Fred Brom, de directeur van hofjuwelier Steltman in Den Haag, tevens commissaris van de PAN, is vervolgens aan de slag gegaan om bij diverse instanties en particulieren diademen op te sporen en voor de tentoonstelling in bruikleen te krijgen.

Farao

Hoofdband farao, 1650 voor Chr.

De oogst is opmerkelijk. Het vroegste diadeem dateert van 1650 voor Christus: een ontroerend mooie hoofdband met een gouden cobra van een Egyptische farao. Het meest recente is een eindexamenwerkstuk van een studente aan De Vakschool in Schoonhoven van dit jaar.

Fred Brom, directeur Steltman Juwelier

De stukken uit de tijd daartussen geven een fraai beeld van de hoogtepunten in de diademen-mode. Twaalf ervan, voornamelijk uit het eind van de 19de eeuw zijn afgestaan door particulieren, meest Nederlandse adellijke families. Fred Brom: ‘In het begin was het lastig, want de vraag was: welke families hebben nog de complete diademen in hun bezit. Maar uiteindelijk is de samenwerking bijzonder plezierig geweest.’

Brom is begrijpelijk ook trots op de maar liefst drie diademen die zijn afgestaan door de Parijse topjuwelier Mellerio dits Meller – inderdaad de maker van onder meer twee parures in de verzameling van de Nederlandse koninklijke familie. Eén van die diademen is onmiddellijk herkenbaar: het zilveren werkmodel van het diadeem van de robijnenparure.

Martijn Akkerman

Alle diademen (of tiara’s zoals steeds vaker wordt gezegd) komen uitvoerig aan bod in de kostelijke catalogus die de expositie begeleidt en die is geschreven door de juwelenhistoricus Martijn Akkerman (die Fred Brom opvolgde bij het AVRO-televisieprogramma Tussen Kunst&Kitsch).

Een voorproefje van al het moois, nu al op Royalglitter.com: (klik op alle foto’s voor vergroting!)

Hoofdband farao, achterkant

Het Egyptische farao-diadeem is ook aan de achterkant de moeite waard (foto rechts). Martijn Akkerman (MA): ‘Egyptische matrozen droegen hoofdbanden om hun haar uit het gezicht te houden. Dit zilveren diadeem is gebaseerd op zo’n linnen model dat met een strik achter op het hoofd werd vastgebonden. Hier bestaat de knoop uit twee met faience ingelegde lotusbloemen’. Het diadeem is een unieke uitleen van het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden.

Glorieus

Sterrendiadeem van Helene Lieben

Een van de attracties van de diademen op de expositie is dat ze getuige zijn geweest van een glorieus verleden. Ze zijn vrijwel allemaal gedragen. Zo ook het sterrendiadeem van rond 1890 van de Oostenrijkse bankiersdochter Helene Lieben (1838-1894), die was getrouwd met de econoom Rudolf Auspitz.

Helena van Waldeck Pyrmont ca.1882

MA: ‘De familie Auspitz-Lieben speelde een vooraanstaande rol in de Weense society. Helene hield regelmatig jour in haar beroemde salon. Haar sterrendiadeem is omstreeks 1900 op vele grote feesten gedragen. De sterren zijn afneembaar en kunnen ook als broche worden gedragen. Door het grote aantal punten per ster is het diadeem laat in de negentiende eeuw te dateren. Sterren met slechts een paar punten zijn veel vroeger, maar nooit van voor ongeveer 1850.’

Rechts een voorbeeld van zo’n late ster, solo in het haar van Helena van Waldeck-Pyrmont, hertogin van Albany en een zuster van de Nederlandse koningin Emma.

Zilveren werkmodel diadeem Mellerio robijnparure

En daar is het dan (foto links), gemakkelijk herkenbaar, het zilveren werkmodel van het bekende diadeem uit de Mellerio-robijnparure van de Oranjes uit 1888.

MA: ‘Deze parure, met Burmarobijnen van topklasse, zou het laatste geschenk van koning Willem III aan zijn vrouw Emma worden. Er zijn werkmodellen van bewaard gebleven. Met het zilveren werkmodel van het diadeem werd koningin-regentes Emma in 1891, in weduwdracht, gefotografeerd. Het is een profielfoto voor de vervaardiging van een penning met haar beeldenaar.’

Het werkmodel komt uit de collectie van de ABN Amro, Amsterdam.

Amethyst

Parure, ca 1825, in origineel etui

Ook van Mellerio en door de haute joaillier zelf afgestaan is een complete parure van goud en amethyst in het originele etui (foto links).

MA: ‘De vorm van dit diadeem doet nog denken aan exemplaren uit het Empire, die op hun beurt weer aan de klassieke oudheid waren ontleend. Het gebruik van amethyst is kenmerkend voor de periode 1820-1850. De napoleontische oorlogen hadden Europa in snel tempo verarmd en veel geld voor kostbare juwelen was er eenvoudig niet.’

Kokoshnik diadeem, Parijs ca 1911

Een van de populairste diadeem-ontwerpen is vanaf laat in de achttiende eeuw de kokoshnik, een afgeleide van de hoofdtooi van Russische boerinnen geweest. Het diadeem rechts is van platina en is bezet met briljantgeslepen diamanten. Het stamt uit 1911 en draagt de signatuur van André Falize, Parijs.

MA: ‘Na 1800 werd de kokoshnik voor diademen ook in West-Europa geliefd, vooral gedurende het Empire van Napoleon I. Een tweede belangrijke periode voor dit model ontstond omstreeks 1900. Russische grootvorsten en prinsen kochten toen stadspaleizen in Parijs en verbleven er soms maanden. Tegelijkertijd openden grote juweliers zoals Cartier en Boucheron filialen in Sint-Petersburg.’

Hofjuweel

Goud, zilver en roosgeslepen diamanten, ca 1895

Koningin Wilhelmina: middelpunt van het hofleven rond 1900

Op de expositie zijn ook diademen van eigen bodem te zien. Zo is er een diadeem van goud en zilver met roosgeslepen diamanten van de Haagse juwelier B.C. Reeser en Zoon (foto links).

MA: ‘Dit juweel is een typisch en prachtig voorbeeld van een hofjuweel uit het einde van de negentiende eeuw. Het zal ongetwijfeld tijdens feestelijke en offciële gelegenheden aan het Haagse hof zijn gedragen. Het is uitgevoerd in de neo-Louis XVI-stijl, waaraan aan de Europese hoven ondanks de opkomst van de opkomende Art Nouveau werd vastgehouden. Met behulp van een kleine schroevendraaier en bijbehorende monturen kan het juweel worden omgebouwd tot een collier, broches en haarornamenten.’

Meesterstukken

Detail meesterstuk Leontine Apperloo/Apricia Jewellery Amstelveen, 2011

De tentoonstelling herbergt zelfs een paar eigentijdse diademen. Een daarvan is ‘De Helm’, een ontwerp van Ted van Noten die daarmee in 2001 de wedstrijd ‘Een diadeem voor Máxima’ won. Het andere (foto links) is dit jaar ontworpen en gemaakt door Leontine Apperloo in samenwerking met Apricia Jewellery in Amstelveen. Het was onlangs nog te zien op de expositie ‘Meesterstukken’ in het Zilvermuseum in Schoonhoven: witgoud, briljant geslepen diamenten en cultivéparels, met als centraal motief een Assyrische ster.

Lotus diadeem/collier Steltman Juwelier

En dan is er op de PAN nog een toegift. Het is een eigentijds, Nederlands diadeem van witgoud, bezet met briolet geslepen aquamarijnen. Honderden briljantjes vormen schakels die de vorm hebben van gestileerde  lotusblaadjes. Het diadeem kan ook als collier worden gedragen. Het is te vinden in de stand van Steltman. Dat is niet zo eigenaardig. Het juweel is namelijk in het eigen atelier van de hofjuwelier vervaardigd.

Tiara’s & Diademen, Vorstelijke juwelen, PAN Amsterdam, RAI, Parkhal (hal 8), 20 – 27 november 2011. Verdere informatie: www.pan.nl

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 24 oktober 2011

Klik op de foto’s voor vergroting en uitgebreide bronvermelding